Amper 2% van het federale gezondheidsbudget gaat naar preventie (Country Health Profile - Belgium, State of Health in the EU, OECD/European Observatory on Health Systems and Policies). Dat cijfer is des te opmerkelijker omdat preventie op lange termijn de uitgaven voor curatieve zorg kan verlagen. De paradox is bekend: vrijwel iedereen erkent het belang van preventie, maar concrete maatregelen blijven uit, wellicht omdat de effecten pas na verloop van tijd zichtbaar worden. Het regeerakkoord van de COCOF voorziet nochtans expliciet in een verdubbeling van het budget. Hoog tijd dus om die ambitie waar te maken.
Een rendabele, maar politiek weinig zichtbare investering
Preventie past minder goed binnen politieke besluitvorming op korte termijn: de effecten worden vaak pas zichtbaar na meerdere legislaturen, waardoor investeringen erin minder aantrekkelijk lijken. Van preventie wordt bovendien meer verwacht dan van curatieve zorg: ze moet niet alleen de gezondheid verbeteren, maar ook kosten besparen De relevante vraag is echter niet of een preventieve maatregel geld bespaart, maar of de gezondheidswinst die ermee wordt geboekt de investering rechtvaardigt. Daar komt nog bij dat eventuele besparingen vaak terechtkomen bij een ander bestuursniveau, namelijk de federale overheid, die bevoegd is voor curatieve zorg.
Drie prioritaire actiepunten, drie alarmsignalen
Brussel scoort op alle prioritaire domeinen slechter dan Vlaanderen:
- Griepvaccinatie bij kwetsbare doelgroepen: bij zwangere vrouwen bedraagt de vaccinatiegraad in Brussel 9,4%, tegenover 8,7% in Wallonië en 25,7% in Vlaanderen (studie van de Onafhankelijke Ziekenfondsen, 2024). Ook bij mensen met een chronische aandoening zien we dezelfde tendens: 35,3% in Brussel, 38,1% in Wallonië en 49,2% in Vlaanderen. Ongelijkheid helpen begrijpen
- Georganiseerde borstkankerscreening: in Brussel ligt de deelname aan het georganiseerde borstkankerscreeningsprogramma al enkele jaren onder de 10%. Tegelijk laat ongeveer 40% van de vrouwen zich buiten het georganiseerde programma screenen. Dat wordt opportunistische screening genoemd. In Vlaanderen neemt daarentegen bijna 50% deel aan georganiseerde screenings. Opportunistische screening biedt echter niet altijd dezelfde kwaliteitswaarborgen als het georganiseerde programma zoals systematische kwaliteitscontrole van de apparatuur, een onafhankelijke dubbele beoordeling van de mammografieën en een gestandaardiseerde opvolging van de resultaten.
- Roken: het aandeel dagelijkse rokers in Brussel is tussen 2004 en 2023-2024 gehalveerd, van 23,7% naar 11,7%. De grootste uitdaging ligt vandaag elders. De regionale programma’s voor tabaksontwenning worden nog altijd weinig gebruikt door rokers die begeleiding zoeken, in het bijzonder door rechthebbenden op de verhoogde tegemoetkoming (VT). Daar zijn verschillende verklarende factoren voor: onvoldoende bekendheid van de regeling, zowel bij rokers als bij zorgverleners, de administratieve complexiteit sinds de regionalisering van de maatregel in 2019, en de hoge kostprijs van consultaties. Het gevolg is dat het voorziene budget dat voor begeleiding al enkele jaren onderbenut blijft. Sinds 2019 zou het gebruik rond de 30% blijven schommelen.
Doelstellingen naar het voorbeeld van wat in Vlaanderen al bestaat en wat zich in Wallonië aftekent
Vlaanderen werkt al enkele decennia met gezondheidsdoelstellingen. Ook Wallonië heeft in zijn regeerakkoord ambities op dit gebied vastgelegd. Brussel blijft achter en ook in de akkoorden van de nieuwe regering wordt hier geen melding van gemaakt. Daarom stellen de Onafhankelijke Ziekenfondsen voor om tegen het einde van deze legislatuur drie gerichte gezondheidsdoelstellingen te realiseren:
- Het deelnamepercentage aan georganiseerde kankerscreenings verhogen en een georganiseerde baarmoederhalskankerscreening invoeren;
- Een vaccinatiegraad van 50% nastreven bij zwangere vrouwen (kinkhoest en griep), binnen een gecoördineerde nationale vaccinatiestrategie die door de gewesten wordt uitgevoerd en aangepast aan hun specifieke context;
- Het aantal rokers in Brussel verder terugdringen, met bijzondere aandacht voor kwetsbare doelgroepen zoals rechthebbenden op de verhoogde tegemoetkoming (VT) en zwangere vrouwen.
Deze doelstellingen zijn uiteraard niet-limitatief. De uitdagingen op het vlak van volksgezondheid in Brussel zijn veel ruimer. Ze hebben wel het voordeel dat ze cijfermatige ambities formuleren die op lange termijn kunnen worden opgevolgd. Ook andere thema’s, zoals milieugezondheid en mentaal welzijn, blijven belangrijke actiepunten om de gezondheidsongelijkheid in Brussel terug te dringen en de levenskwaliteit van de Brusselaars te verbeteren.
Concrete hefbomen om dit te bereiken
Om deze doelstellingen te bereiken, moeten de preventiemaatregelen worden uitgebreid en versterkt , onder meer door de ziekenfondsen nauwer te betrekken. Daarnaast is een centrale strategische aansturing van het preventiebeleid nodig.
Dat vraagt ook om een structurele verankering van de opdrachten en de financiering van belangrijke actoren zoals BruPrev, die vandaag grotendeels afhankelijk zijn van facultatieve subsidies.
Concreet bevelen de Onafhankelijke Ziekenfondsen aan om:
- De ziekenfondsen en andere belangrijke partners sterker te betrekken bij preventie; onder meer via screeningsherinneringen, voortbouwend op de positieve resultaten van het ‘Coloreminders’-project voor dikkedarmkanker, en de inzet van intermutualistische gezondheidsadviseurs die doelgroepen proactief telefonisch begeleiden naar preventieve zorg;
- Gebruikmaken van bestaande ‘outreach-initiatieven’ in kwetsbare wijken, zoals de community health workers (CHW’s) en de intermutualistische gezondheidsadviseurs, en initiatieven beter op elkaar af te stemmen en te versterken;
- Nieuwe contactpunten uit te bouwen, onder meer via de lokale agentschappen van de ziekenfondsen, naar het voorbeeld van de succesvolle aanpak tijdens de COVID-19 vaccinatiecampagne;
- Een centraal strategisch bestuurskader uit te werken, waarin alle relevante actoren worden samengebracht om de resultaten van de preventiemaatregelen te monitoren en op te volgen, ter ondersteuning van gezondheidsdoelstellingen die gericht zijn op preventie.
Naast de uitbreiding van de bestaande georganiseerde screeningprogramma’s (borstkanker en dikkedarmkanker) moet de Brusselse regering ook een beslissing nemen over de organisatie van de screening op baarmoederhalskanker, die in de twee andere gewesten al wordt uitgevoerd.
Om rookstopbegeleiding beter te ondersteunen, bevelen de Onafhankelijke Ziekenfondsen aan om het aanbod van erkende tabakologen zichtbaarder te maken en de terugbetalingsregeling te herzien, die sinds 2009 ongewijzigd is. Concreet: een betere terugbetaling voor kwetsbare groepen, zoals zwangere vrouwen of rechthebbenden op de verhoogde tegemoetkoming (VT), en meer flexibiliteit in de begeleidingsvormen, bijvoorbeeld via groepssessies.