• Preventie
  • Organisatie van de zorg
  • Institutioneel kader

Mantelzorgers: wat Brussel kan doen in aanvulling op het federale actieplan

Het federale actieplan voor mantelzorgers heeft een belangrijke eerste stap gezet. Het vereenvoudigt de erkenningsprocedure, verbetert de toegang tot informatie en erkent mantelzorgers als partners in het zorgtraject. De maatregelen die onder de gewestelijke bevoegdheden vallen, zoals een betere identificatie van mantelzorgers, thuiszorg en ziektepreventie, moeten in Brussel echter nog grotendeels worden doorgevoerd.

Afbeelding
Une personne âgée en fauteuil roulant accompagnée par deux aidants lors d’une promenade en extérieur

Tussen 13% en 22% van de Belgische bevolking zou mantelzorger zijn, waardoor België tot de Europese landen met het hoogtste aandeel mantelzorgers behoort (Sciensano, 2018; Eurocarers). Die verantwoordelijkheid heeft vaak een reële impact op zowel de fysieke als de mentale gezondheid van mantelzorgers en weegt bovendien op hun professionele leven. Een realiteit waarvoor het federale actieplan alleen geen afdoend antwoord kan bieden.

Een steentje bij te dragen, ook op gewestelijk niveau 

De belangrijkste hefbomen voor mantelzorgers (pensioen, werkloosheid, tewerkstelling, erkenning van het statuut) zijn federale bevoegdheden. Toch beschikt het Brussels Hoofdstedelijk Gewest over belangrijke instrumenten om het plan van de federale minister aan te vullen. Bovendien engageerde de Brusselse regering zich in haar regeerakkoord om mantelzorgers structureel te ondersteunen, met bijzondere aandacht voor respijtzorg en administratieve vereenvoudiging. 

Een versnipperde bevoegdheid

De ondersteuning van mantelzorgers raakt aan gezondheidszorg, gehandicaptenzorg en sociale begeleiding. In Brussel zijn die bevoegdheden sterk versnipperd over verschillende instellingen (link naar artikel 4 over het bestuur). Een geïntegreerde aanpak vraagt daarom meer dan alleen administratieve erkenning, die al op federaal niveau wordt geregeld, ze vereist ook aandacht voor de preventie van fysieke en mentale aandoeningen bij mantelzorgers, een betere opleiding van eerstelijnswerkers en voldoende mogelijkheden voor respijtzorg. In de praktijk zijn er al verschillende diensten die mantelzorgers begeleiden, maar zonder duidelijk wettelijk kader of stabiele financiering.

Drie pistes om het federale actieplan in Brussel te versterken

  • Eerstelijnsprofessionals mobiliseren en sensibiliseren: gezondheidsprofessionals en sociale hulpverleners opleiden om mantelzorgers op cruciale momenten (bekendmaking van een diagnose, erkenning van een handicap) door te verwijzen, en zorgverleners aanmoedigen om hen als partners in het zorgtraject te betrekken.
  • Zorgen voor de algemene gezondheid van de mantelzorger: mantelzorgers beter informeren over bestaande ondersteuningsmaatregelen en hen gerichter begeleiden naar voorzieningen zoals de eerstelijnspsycholoog. Daarbij verdient psychosociale groepsbegeleiding bijzondere aandacht, aangezien die een laagdrempelige en waardevolle vorm van ondersteuning biedt. Daarnaast is een gerichte strategie voor gezondheidspromotie nodig, met aandacht voor musculoskeletale aandoeningen, cardiovasculaire risico's en stresspreventie.
  • Een helder kader vaststellen voor respijtzorg thuis, in het bijzonder voor ouders van kinderen met een handicap. Dat kader moet worden aangevuld met multidisciplinaire psychosociale begeleiding die mantelzorgers informeert, ondersteunt en wegwijs maakt in het bestaande aanbod.

Kernboodschappen

  • Tussen 13 tot 22% van de Belgen is mantelzorger. Hoewel de belangrijkste hefbomen federaal blijven, kan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een belangrijke aanvullende rol spelen.
  • De Brusselse regering engageerde zich overigens voor respijtzorg en administratieve vereenvoudiging. Voor de Onafhankelijke Ziekenfondsen is het essentieel dat deze engagementen tijdens deze legislatuur ook daadwerkelijk worden omgezet in concrete maatregelen.
  • Er worden drie concrete, voor Brussel specifieke benaderingen voorgesteld: eerstelijnsprofessionals mobiliseren en sensibiliseren, de algemene gezondheid van de mantelzorger bevorderen en een regelgevend kader voor respijtzorg aan huis uitwerken.