Een institutioneel landschap met drie stemmen
- De COCOF (Franse Gemeenschapscommissie): is onder meer bevoegd voor gehandicaptenzorg, thuiszorg, geestelijke gezondheidszorg en gezondheidspromotie aan Franstalige kant.
- De VGC (Vlaamse Gemeenschapscommissie): vertegenwoordigt de Vlaamse Gemeenschap in Brussel en staat in voor de uitvoering van het Vlaamse gezondheidsbeleid en de sociale dienstverlening via ‘Gezond in Brussel’. De Vlaamse Gemeenschap bepaalt daarbij het regelgevend kader. De VGC beschikt over een eigen college van ministers, maar heeft, in tegenstelling tot de COCOF, geen wetgevende bevoegdheid.
- De GGC (Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie): is bevoegd voor de bicommunautaire zorg- en hulpstructuren, zoals woonzorgcentra, psychiatrische instellingen en de kinderbijslag. Daarnaast staat zij ook in voor preventieve gezondheidszorg, waaronder bevolkingsonderzoeken naar kanker en vaccinatie van volwassenen. Binnen de GGC zijn de bevoegdheden verdeeld tussen twee administraties: Vivalis (naar het model van de FOD Volksgezondheid op federaal niveau) en Iriscare, een openbare instelling met paritair beheer naar het model van het RIZIV.
Dat paritaire beheer, waarbij sociale partners, federaties van zorgverleners en ziekenfondsen bij de besluitvorming worden betrokken, vormt een belangrijke meerwaarde. Het creëert een permanente dialoog tussen terrein en beleid. Zo kunnen beleidskeuzes beter op elkaar aansluiten bij de noden op het terrein en worden ze onderbouwd met gezondheidsgegevens.
Complexe politieke verdeling
Alleen al in Brussel zijn 6 ministers bevoegd voor gezondheidszorg en sociale zaken, verspreid over de COCOF, de VGC en de GGC. Daarnaast zijn er nog drie transversale ministers op het niveau van de Federatie Wallonië-Brussel.
Die versnippering is meer dan een institutioneel vraagstuk. Hervormingen op het vlak van geestelijke gezondheidszorg, thuiszorg of preventie, vragen de goedkeuring van meerdere kabinetten, elk met eigen politieke meerderheden en prioriteiten.
Daardoor gaan dossiers die verschillende instellingen raken vaak slechts zo snel vooruit als het traagste politieke akkoord toelaat, eerder dan volgens de noden van de Brusselaar.
Drie gebieden vragen prioritair om verbetering
- Geestelijke gezondheidszorg: verdeeld over de GGC, die op haar beurt is opgesplitst tussen Vivalis en Iriscare (psychiatrische ziekenhuizen, initiatieven voor beschut wonen (IBW), psychiatrische verzorgingstehuizen (PVT) en ambulante diensten voor geestelijke gezondheid), en de COCOF (Franstalige diensten voor geestelijke gezondheid), naast het federale niveau en het Vlaamse aanbod in Brussel.
- Thuiszorg: vandaag bestaan er drie financieringsmodellen via de COCOF, GGC, VGC, waardoor burgers afhankelijk van de bevoegde overheid andere tegemoetkomingen kunnen krijgen voor vergelijkbare zorg.
- Kankerpreventie: de GGC is verantwoordelijk voor de georganiseerde bevolkingsonderzoeken naar kanker, terwijl de COCOF en de VGC verantwoordelijk zijn voor gezondheidspromotie zoals campagnes rond gezonde voeding, fysieke activiteit. In Vlaanderen worden deze twee luiken samengebracht onder één bestuursniveau.
Wat de Onafhankelijke Ziekenfondsen voorstellen
Drie bevoegde overheden behouden in Brussel betekent niet dat de samenwerking tussen deze drie overheden niet verbeterd kan worden. Zonder institutionele hervorming kunnen vandaag al vier concrete stappen worden gezet.
- Een gedeelde visie op gezondheid vaststellen, op basis van de beschikbare gegevens. Brussel beschikt vandaag al over gezondheidsgegevens, onder meer via het Intermutualistisch Agentschap. De uitdaging is niet om meer data te verzamelen, maar om ze gemeenschappelijk te gebruiken om de gezondheidsnoden van de Brusselaars in kaart te brengen en gedeelde gezondheidsdoelstellingen vast te leggen. In het Geïntegreerd welzijns- en gezondheidsplan (GWGP) is een reeks gezondheidsmaatregelen vastgelegd. Nu komt het erop aan prioriteiten te bepalen en die te vertalen naar meetbare doelstellingen voor het gewest.
- Preventie en gezondheidspromotie samenbrengen rond gemeenschappelijke doelstellingen. In Brussel is de GGC verantwoordelijk voor de georganiseerde screening op kanker, terwijl de COCOF en de VGC verantwoordelijk zijn voor gezondheidspromotie (gezonde voeding, fysieke activiteit, tabak). Daardoor kunnen over hetzelfde thema verschillende campagnes naast elkaar lopen, zonder onderlinge afstemming. De Onafhankelijke Ziekenfondsen pleiten ervoor om de GGC een strategische bestuurdersrol rol te geven, zodat alle preventie-initiatieven bijdragen aan dezelfde gezondheidsdoelstellingen.
- De gezamenlijke regelgeving tussen de autoriteiten waar mogelijk uitbreiden. Waar verschillende overheden dezelfde dienstverlening organiseren, is één gemeenschappelijk regelgevend kader efficiënter dan drie verschillende. De regelgeving voor het niet-dringend patiëntenvervoer toont aan dat zo'n gezamenlijke aanpak perfect mogelijk is en als voorbeeld kan dienen voor andere domeinen.
- De erkenningsnormen van de COCOF, de VGC en de GGC harmoniseren. Vandaag kunnen vergelijkbare voorzieningen, zoals thuiszorgdiensten, onder verschillende kwaliteits-, personeels- en tariefvoorwaarden vallen, afhankelijk van de bevoegde overheid. Meer harmonisatie zou de administratieve lasten voor zorgaanbieders verminderen en tegelijk zorgen voor een duidelijker en consistenter aanbod voor de Brusselaar.