Daling vooral bij middellang verzuim
Volgens cijfers van Securex (april 2026) (studie bij 22.583 werkgevers en 188.857 werknemers in de Belgische privésector) zakt het totale ziekteverzuim in 2025 naar 8,09% , tegenover 8,49% in 2024. Daarmee is voor het eerst in een kwarteeuw sprake van een significante daling.
Vooral het middellang verzuim (tussen één maand en één jaar) neemt sterk af: met 11% van 2,58% naar 2,03%. Ook het kortdurend verzuim vertoont een dalende trend, terwijl het langdurig verzuim (afwezigheden van meer dan één jaar) hardnekkig hoog blijft.
Dat wijst erop dat recente hervormingen nog weinig effect hebben op de zwaarste dossiers. Net daar blijft een goede opvolging na werkhervatting cruciaal, om herval en doorstroming naar invaliditeit te vermijden..
Begeleiding als hefboom
Sinds 2024, en volledig van kracht in 2025, heeft een hervorming van het oproepingsbeleid de opvolging van arbeidsongeschikte werknemers grondig gewijzigd. Concreet nemen de adviserend arts of paramedisch medewerker en de terug-naar-werkcoördinator nu vroeger en frequenter contact op met verzekerden: vóór het einde van de vierde maand afwezigheid, en vervolgens tijdens de zevende en elfde maand, om mogelijkheden voor aangepaste re-integratie te verkennen.
Door het nieuwe oproepingsbeleid worden verzekerden sneller doorverwezen naar de adviserend arts of paramedicus. Dat versnelt de begeleiding en kan mogelijk hebben bijgedragen aan de daling van middellange ziekteperiodes. We hopen dat dit effect zich doorzet, ook bij langdurige afwezigheden.
Gianinna Ng, Arts-Directeur bij de Onafhankelijke Ziekenfondsen
Voor zorgverleners versterkt deze evolutie hun rol binnen een continu zorgtraject, waarin afstemming en een snelle opvolging cruciaal zijn.
Verschillen naargelang patiëntprofielen
De analyse toont ook duidelijke verschillen naargelang het beroepsstatuut.
De daling van het ziekteverzuim is sterker bij arbeiders dan bij bedienden. Een mogelijke verklaring ligt in de aard van de aandoeningen:
- fysieke klachten, die vaker voorkomen bij arbeiders, kennen doorgaans een meer voorspelbaar herstelverloop.
- Psychosociale problemen, zoals burn-out en stress, die vaker voorkomen bij bedienden- gaan gepaard met een complexer en langer herstel.
Dit beklemtoont de noodzaak om strategieën voor begeleiding en re-integratie aan te passen, rekening houdend met het multifactoriële karakter van arbeidsongeschiktheid.
Uitdaging op lange termijn: herval vermijden
De daling is bemoedigend, maar blijft broos. Werknemers duurzaam aan het werk houden na werkhervatting blijft een grote uitdaging.
Een te snelle of onvoldoende begeleide re-integratie verhoogt het risico op herval en kan uiteindelijk leiden tot langdurige arbeidsongeschiktheid. IDaarom is een degelijke opvolging na werkhervatting een essentiële hefboom, net als preventie en welzijnsbevordering op het werk.
Welke rol voor de zorgactoren?
Deze cijfers bevestigen het belang van een geïntegreerde aanpak van arbeidsongeschiktheid, met:
- Vroegtijdige detectie van risicosituaties
- Nauwe samenwerking tussen artsen, paramedici en adviserend artsen
- Begeleiding op maat, afgestemd op de professionele en psychosociale context
Voor zorgverleners betekent dit dat ze niet alleen het klinisch herstel ondersteunen, maar ook de terugkeer naar werk integreren in de globale zorgaanpak van de patiënt.