Meer tandartsbezoeken, vooral dankzij preventie
De gegevens van het Intermutualistisch Agentschap (IMA) tonen een positieve evolutie. Tussen 2022 en 2024 ging 58% van de Belgen regelmatig naar de tandarts, tegenover 50% tien jaar eerder, goed voor bijna 1.010.000 extra personen.
Ook preventieve mondzorg zit in de lift: steeds meer mensen gaan preventief naar de tandarts: van 26% in 2012-2014 naar 43% in 2022-2024. Het mondzorgtraject, ingevoerd in 2016, draagt duidelijk bij aan een meer gestructureerde opvolging.
Nog steeds ongelijke toegang tot tandzorg
Ondanks die positieve evoluties zijn er nog duidelijke verschillen. In 2024 had 21,2% van de Belgen recht op een verhoogde tegemoetkoming (VT), maar 46% van hen ging regelmatig naar de tandarts, tegenover 62% bij niet-VT-gerechtigden.
Ook voor preventie blijven de verschillen groot: 29% bij VT-gerechtigden tegenover 47% in de rest van de bevolking maakt er regelmatig gebruik van.
Dit wijst op een structurele paradox: net de groepen die recht hebben op financiële bescherming, gaan het minst naar de tandarts.
Vooruitgang in alle leeftijdsgroepen
In alle leeftijdsgroepen gaan meer mensen regelmatig naar de tandarts. De grootste stijging zien we bij kinderen van 3 tot 4 jaar, van 11,1% in 2012-2014 naar 22,2% in 2022-2024. Toch blijft het gebruik van mondzorg in deze groep nog zeer laag.
Ook bij 65- tot 74-jarigen is er de voorbije 10 jaar een sterke stijging, van 31,3% naar 44,6%.
Dento-mutualistisch akkoord 2026-2027: een belangrijke hefboom voor toegankelijkheid
60,5% sloot zich aan bij het dento-mutualistisch akkoord 2026-2027 (akkoord tussen tandartsen en ziekenfondsen), waardoor het akkoord op nationaal niveau in werking treedt. Het gaat om een verbetering ten opzichte van het vorige akkoord, waarvoor 56,97% van de tandartsen was toegetreden, een niveau dat als onvoldoende werd beschouwd om het akkoord onder de oorspronkelijke voorwaarden toe te passen.
Er zijn nog steeds belangrijke regionale verschillen:
- Wallonië: 72%
- Brussel: 67%
- Vlaanderen: 51%
In sommige regio’s, met name in Vlaanderen (provincie Antwerpen, arrondissementen Roeselare en Sint-Niklaas), liggen de percentages bijzonder laag.
In deze regio’s zijn minder tandartsen geconventioneerd, waardoor het moeilijk is om betaalbare zorg te krijgen. De kosten voor patiënten zijn daardoor minder voorspelbaar.
Concrete maatregelen om de financiële toegankelijkheid te versterken
Ondanks een moeilijke budgettaire context voorziet het akkoord 2026-2027 verschillende maatregelen:
- Uitbreiding van de trimestriële profylactische reiniging voor patiënten met een voorgeschiedenis van orofaciale kanker
- Afschaffing van de continuïteitsregel die de terugbetaling van tandsteenverwijdering beperkte
- Vanaf 1 juli 2026: verbod op ereloonsupplementen voor patiënten met verhoogde tegemoetkoming (VT).
Dit verbod maakt de kosten transparanter en beter voorspelbaar voor patiënten, bovendien krijgen deze patiënten mondzorg aan een lager tarief.
Daarnaast wordt in 2026-2027 gewerkt aan een hervorming van de nomenclatuur, met als doel meer transparante, objectieve en evenwichtige tarieven.
Sensibilisering en opvolging: een gezamenlijke verantwoordelijkheid
Naast tarifaire en organisatorische maatregelen hangt betere mondgezondheid ook af van hoe vaak mensen de zorg gebruiken.
Om verdere vooruitgang te boeken, blijven informatie en sensibilisering essentieel. Alle actoren binnen de gezondheidszorg hebben een rol te spelen in het benadrukken van het belang van regelmatige tandartsbezoeken en het stimuleren van preventieve opvolging, in het bijzonder bij kwetsbare groepen.