Beluister hier deze aflevering
Hieronder vind je de integrale tekst:
[Muzikale introductie]
PIET: Vandaag duiken we in de wereld van de adviserend artsen. We ontdekken hoe zij als gids fungeren tijdens iemands arbeidsongeschiktheid. Wat houdt die ondersteuning precies in? En hoe werken ze samen met zorgverleners? En welke vooroordelen kloppen eigenlijk niet? We kijken ook naar de ontwikkelingen in de sector. Onze gast vandaag is Stefan. Hij is adviserend arts bij de Onafhankelijke Ziekenfondsen en Stefan heeft een bijzonder carrièrepad achter de rug. We zijn dan ook erg benieuwd naar zijn verhaal. Hartelijk welkom, Stefan.
STEFAN: Dag Piet.
PIET: Ik vertelde net, u maakte een opmerkelijke carrièreswitch. Hoe ben je eigenlijk bij de rol van adviserend arts terechtgekomen?
STEFAN: Ja, die carrièreswitch. Ik heb inderdaad twintig, vijfentwintig jaar gewerkt als MUG-arts, intensivist en anesthesist. Maar er zijn een paar dingen op mijn pad gekomen. Eerst en vooral heb ik op mijn veertigste jaar de diagnose van reuma gekregen. Wat dat inhoudt? Dat mijn fijne motoriek in handen en voeten, maar vooral in de handen, stelselmatig achteruitgaat. Dan hebben we nog de fraaie COVID-periode meegemaakt. Als intensivist MUG-arts was ik daar middenin en ik heb gedurende anderhalf jaar heel veel nachten gedraaid, quasi non-stop. Dat waren zeer zware dagen. Ook mentaal belastend, dat kan ik u garanderen. En blijkbaar doet een mens dat niet ongestraft, want in september ’21 ben ik uitgevallen met een zware burn-out. En dat maakt dat ik mij eigenlijk aan de kant moest begeven waar de verzekerden en leden zich bevinden van de mutualiteit. Op een dag ben ik opgeroepen en zat ik bij een jongedame. Dat bleek dan een psychologe te zijn achteraf, want ik wist het niet. Die had zich wel voorgesteld, maar niks kwam binnen. En tijdens dat gesprek heeft zij mij eigenlijk duidelijk weten te maken dat ik niet moest blijven kijken naar mijn problemen, naar wat ik mee aan het bestrijden was, maar dat ik moest kijken naar wat ik wel kon, wat mijn vluchtmogelijkheden waren. En via die stap, waarbij zij letterlijk gezegd heeft: “Hoe lang denkt u het vol te houden als u terugkeert? Één of twee dagen?” Dat is behoorlijk confronterend als je dat hoort. Maar het was duidelijk wat ik nodig had. En dan ben ik beginnen zoeken naar iets anders en vond ik een artikel over de adviserend arts waarbij ik dacht: tiens, met mijn ervaring, dat is wel iets dat mij ligt. En vandaag werk ik dus bij de Onafhankelijke Ziekenfondsen. En die jongedame is nu mijn collega. Ja, van een switch gesproken! Ik ben die nog altijd dankbaar, want eigenlijk heeft zij mijn leven teruggegeven. Ook mijn professionele leven. Ik ben terug gelukkig. Dat is heel waardevol gebleken en in wezen heb ik daarmee eigenlijk al mijn werk voor een groot stuk uitgelegd. Maar toch.
PIET: Stefan, hoe zou jij je job eigenlijk kunnen omschrijven? Mensen verwarren soms adviserend arts met controlearts.
STEFAN: Ja, dat vind ik een woord dat ik niet mooi vind: controlearts. Ik heb nooit gekozen om controlearts te worden. Ik heb gekozen om adviserend arts te zijn. Wat is het belangrijkste verschil? Als adviserend arts luister je vooral naar de mensen. Je luistert echt naar de mensen. In een gesprek probeer je te achterhalen wat er plaatsvindt in hun leven, welke impact hun aandoening heeft op hun leven. Want elke mens die voor u zit is ziek. En van daaruit ga je ook kijken. Niet alleen naar wat ze niet kunnen. Wij kijken ook naar wat er van daaruit nog wel kan. En dat is waar wij ons vooral op focussen. Wij proberen ons vooral te focussen op een sociale re-integratie in de maatschappij. Veel meer nog dan de controlerende functie. Eigenlijk is een controlerende functie de laatste stap. En zelfs dat is eigenlijk een positieve evaluatie. Want eigenlijk kunt u pas zeggen dat het traject stopt als de mensen voldoende genezen zijn.
PIET: Wat is de kern van uw missie? Met een moeilijk woord.
STEFAN: Goh, de kern. Ik heb het eigenlijk al een beetje verklapt, hè. Het is vooral luisteren naar de mensen. Hun probleem onderkennen, herkennen, tegelijkertijd ook focussen op wat ze mentaal en fysiek nog aankunnen. En van daaruit vertrekken we dan en proberen we hun blik te veranderen van ongeschiktheid naar geschiktheid. Een zeer groot verschil. En in die geschiktheid gaan we dan proberen te begeleiden via heriëntering of door het opstarten van deeltijds werken. En eigenlijk als allerlaatste stap komt pas de evaluatie van de wettelijke bepalingen omtrent de uitkering. PIET: Ja, maar hoe verloopt eigenlijk zo’n gesprek? Ik ben een beetje nieuwsgierig. Waarmee hou je rekening als je een medische evaluatie doet? STEFAN: We beginnen eerst en vooral met de mensen welkom te heten. Vriendelijk: kom binnen. Je stelt je even kort voor en dan zeg je: we gaan hier door een gesprekje. En dan laat ik de mensen eerst vijf à tien minuten zelf aan het woord. Of totdat ze spontaan stoppen. Waarom is dat belangrijk? Je hoort direct heel veel, want de meeste mensen beginnen spontaan over hun problemen te vertellen, wat de impact daarvan op hun leven is. Ze vertellen vaak wat ze wel kunnen, wat ze niet meer kunnen. En eigenlijk als je er goed naar luistert, kun je heel veel symptomen gewoon al afvinken. Elke keer ping, ping, ping. En als het goed loopt, na tien minuten, weet je eigenlijk wat je moet weten. En van daaruit moeten we dan verder kijken naar: hoe gaan we dat hier verder laten evolueren? Sommige mensen lopen vast en dan moet je bijvoorbeeld zeggen: heb je er al aan gedacht om dat te laten nakijken? We proberen de focus niet te leggen op de ziekte. Aan de andere kant proberen we ook aan te geven dat er nog wel mogelijkheden zijn. We proberen de angst voor arbeidsongeschiktheid weg te nemen. We leggen ook uit: kijk, werken is ook een belangrijk onderdeel van het genezingsproces. En zo verloopt het gesprek verder. Dan volgt soms al of niet een klinisch onderzoek en daarna nemen we een beslissing die we dan meedelen en geven we ook de uitleg aan mensen waarom we een beslissing genomen hebben. Want dat is ook een belangrijk punt.
PIET: Je stelt eigenlijk ook wel een aantal persoonlijke vragen.
STEFAN: Ja, en die persoonlijke vragen voor de mensen, dat is vaak heel confronterend. Uiteindelijk iedereen, zoals ik al zei, is ziek. Je zit daar op een moeilijk moment in je leven. En het is niet aangenaam als je daar dan over moet spreken, om je zwakte te tonen. Kijk naar de sociale media: de slechte verhalen zie je daar ook niet op verschijnen. Alleen de positieve verhalen van wat er prachtig loopt, hoe goed het allemaal wel is. En eigenlijk is dat wel een mankement, want in het leven loopt niet alles altijd goed. Dat is heel normaal dat er ook slechte momenten zijn in het leven. Maar voor die mensen is dat confronterend en heel belangrijk is dat je hen daar ook in erkent. Dat je zegt van: ja, ik begrijp dat het nu moeilijk gaat voor u.
PIET: Ja, maar er zijn mensen. Ik kan me zoiets voorstellen. De mensen komen binnen in een kabinet. Ze hebben een uitnodiging gekregen en ik vermoed dat ze wel gestresseerd zijn. Wat is dan uw boodschap? Hoe stel u die mensen gerust?
STEFAN: Stress. Ik denk dat er geen één op zijn gemak binnenkomt. Eigenlijk merk je dat zeer snel. Sommigen beven letterlijk, hun stem beeft. Anderen beginnen meteen te huilen. Dat is vaak bij de mentale klachten. Bij fysieke klachten merk je echter vaak veel frustratie op. Het kan soms agressief worden. Bij die mensen probeer ik zo snel mogelijk in te grijpen door te zeggen dat het voor mij al heel duidelijk is. Na twee minuutjes. Probeer nu even te kalmeren want zo kan het gesprek niet verder gaan. Ik zeg: eigenlijk weet ik al het belangrijkste onderdeel, dus ik zou nu graag met u verder willen spreken. Meer over details of zo, om te kijken hoe ik uw dossier verder kan verdedigen, waar ik u kan helpen. Vaak helpt dat bij de mensen gewoon omdat ze zeggen: oh, dat is een andere insteek dan ik verwacht had. Want er bestaan zeker vooroordelen. Voornamelijk vooroordelen ten aanzien van de arts. Hij zit hier om mijn arbeidsongeschiktheid af te nemen. En eigenlijk is dat niet correct. Iemand die ziek is, die moet geen schrik hebben om bij ons te komen. Als je ziek bent, gaan wij je helpen. Het is enkel, ja, er is ook een categorie van mensen waar het misschien niet zo is. En dan moeten wij soms een beslissing nemen die minder aangenaam is. Maar dat is zeker niet de reden waarom ik voor deze job gekozen heb. Uiteindelijk heb ik twintig jaar gewerkt als clinicus om mensen te helpen en eigenlijk doe ik dat nu nog altijd.
PIET: Sinds een aantal jaren worden de mensen uitgenodigd op systematische basis. Als ik mij goed herinner is dat de vierde maand, de zevende maand, de elfde maand.
STEFAN: Ja, dat klopt.
PIET: De focus is nu blijkbaar veranderd. Meer focus op functionaliteiten. Dus wat de mensen nog kunnen. Wat gebeurt er precies?
STEFAN: Wel, sinds 2026 wordt de focus inderdaad zeer sterk verlegd. Vroeger spraken wij over restcapaciteiten van de mensen. Dat klinkt natuurlijk ook niet zo positief, want je spreekt over rest. Die term is veranderd in ‘arbeidspotentieel’. En dat is een heel belangrijk gegeven. Vroeger werden de mensen voornamelijk eerst bekeken: hoe is de ziekte? Hoe evolueert die ziekte? En alles was gefocust op de ziekte. En eigenlijk gaan we ons daar een klein beetje van losmaken. De ziekte is een belangrijk gegeven, uiteraard, want dat geeft mogelijk beperkingen. De meeste mensen genezen wel spontaan binnen een maand, twee maanden, drie maanden en gaan terug gewoon aan het werk. Dat zijn dossiers waar we eigenlijk nauwelijks in betrokken worden. Maar nu is er afgesproken dat we met al de actoren in het veld eigenlijk al vanaf twee maanden gaan beginnen kijken naar: wat is nog het arbeidspotentieel bij die mensen? Dus in plaats van een negatieve blik te hanteren, gaan we nu proberen een positieve blik te hanteren.
PIET: Daar zijn hier een aantal trajecten voor, kan ik me voorstellen.
STEFAN: Daar zijn trajecten voor. Daar zijn ook veel mensen bij betrokken. Eerst en vooral de behandelende artsen. Die focussen voornamelijk op de ziekte. Maar zelfs daar merken we in pijnklinieken bijvoorbeeld dat die ook al verder kijken en kijken naar arbeidspotentieel. Daarnaast hebben we natuurlijk de begeleiding van de arbeidsartsen, dus de dokters van het werk. Dan hebben we ook onze terug-naar-werkcoördinatoren. Daar gaan we straks nog iets over zeggen. Wij zitten ook in dat netwerk, samen met de huisartsen. Om dat allemaal een klein beetje vlot te laten verlopen, hebben ze zelfs een nieuw platform opgericht. Dat is het TRIO-platform, en dat is een platform waarbij alle artsen op een zeer gemakkelijke wijze met elkaar contact kunnen opnemen, rechtstreeks met elkaar via mail. Een uitnodiging voor een telefonisch gesprek is ook snel gemaakt en zo kunnen we eigenlijk op een heel vlotte, soepele manier met mekaar overleggen. Op dit moment staat dat inderdaad nog in de kinderschoenen. Het platform functioneert, maar is nog niet zo goed gekend. En dat is nu stilletjes aan het groeien. Maand na maand merken we dat daar toch meer gebruik van gemaakt wordt, wat eigenlijk een enorme meerwaarde betekent.
PIET: We hebben nu over de begeleiding en over hoe de mensen uiteindelijk in dat traject groeien. Maar natuurlijk is er een bepaald punt waarbij de opvolging stopt. Simpelweg omdat je oordeelt dat het ok is dat die mensen weer aan de slag kunnen gaan. Dat betekent ook meteen het einde van de arbeidsongeschiktheid en ook van de uitkering. Hoe beleef jij die momenten? Hoe breng je die boodschap over aan de mensen?
STEFAN: Dat is zeer wisselend. Dat hangt heel vaak af van de persoon die tegenover u zit. Veel mensen tonen echt wel begrip, wanneer je dat uitlegt. Want je moet dat goed uitleggen. Andere mensen hebben geen begrip. Dat kunnen soms ook kwade gezichten worden of harder taalgebruik. Over het algemeen probeer ik een boodschap te brengen met een positieve inslag. Uiteindelijk die stap kunt ge en moogt ge alleen maar zetten wanneer de mensen eigenlijk al voldoende hersteld zijn om terug een verdienvermogen te hebben of terug voldoende werkcapaciteiten te hebben. En daar wijs ik hen ook op. Want als ge zwaar ziek zijt, heeft dat geen zin dat we dat traject dan stopzetten. Altijd proberen we al die mensen te begeleiden. Sommige mensen wensen jammer genoeg daar niet mee in te stappen. Ik vind dat jammer. Ik probeer dat ook altijd te vermijden, maar dat gebeurt toch. Het belangrijkste punt hier is dat mensen vooral moeten willen evolueren. En bij sommige mensen is en blijft dat heel moeilijk. Sommigen willen zelfs niet meer evolueren. De laatste stap is dan dat we op een bepaald moment zeggen: “Nu kan het niet meer langer.” En die wetten dateren van 1994 en zijn sindsdien niet meer aangepast. Dus het zijn nog dezelfde wetten als in ’94. Waarom vermeld ik dat? Het is niet in de laatste periode dat die wetten aangepast zijn. Dus dat is zoals van ’94 altijd hetzelfde gebleven.
PIET: In de media en de politiek is er tegenwoordig heel veel te doen rond arbeidsongeschiktheid. We zien dat het aantal langdurig zieken exponentieel toeneemt. Heeft natuurlijk veel oorzaken. We worden ouder. Er zijn andere pensioenmaatregelen. Je hebt ook de impact van mentale problemen en we hebben ook een covid-periode gehad. Dus het systeem moet mee evolueren. Merk je dat in je dagelijkse praktijk?
STEFAN: Ja, de evolutie is eigenlijk constant aanwezig. Dus ik zit nu, als je het goed gehoord hebt, eigenlijk sinds 2022 bij de Onafhankelijke Ziekenfondsen en eigenlijk elk jaar opnieuw zijn er veranderingen, dus telkens wordt er geschaafd aan het traject. En de allergrootste verandering die ik gezien heb is eigenlijk de terug-naar-werkcoördinatoren die drie jaar geleden zijn beginnen werken en vanaf dit jaar de enorme focus op het arbeidspotentieel. Dus om te proberen van een negatief verhaal te switchen naar een positief verhaal. En dat denk ik de grootste én de belangrijkste stap die op dit moment gezet kan worden. Want werken is eigenlijk ook een inherent deel van het genezingsproces. En daar bestaan dus inderdaad veel verschillende trajecten voor. Ok, maar essentieel is ook de samenwerking met verschillende actoren. De arbeidsartsen werken daaraan mee, de huisartsen, ook alle paramedici, zoals psychologen, kinesisten die de mensen begeleiden. Daarnaast ook de specialisten. Eigenlijk één groot geheel dat we nu proberen samen te brengen tot een veel beter functionerend geheel. Veel werk op de plank.
PIET: Het systeem staat ook wat onder druk. Ik kan me best voorstellen dat de adviserend arts stilletjes aan ook een knelpuntberoep wordt.
STEFAN: Ja, dat zou je wel kunnen stellen. Eigenlijk zijn we met veel te weinig om dat allemaal alleen aan te kunnen. Zoals je zegt, er zijn ongeveer 600.000 mensen arbeidsongeschikt. En ik denk, ik weet nu niet of dat Vlaanderen of voor heel België is, dat er 135 adviserend artsen zijn. Als je dat bekijkt, dan besef je dat je dat niet goed kunt opvolgen. Daarom hebben ze ook een aantal jaren geleden besloten om ook paramedici te betrekken in die trajecten. Dat zijn psychologen, kinesisten of verpleegkundigen. En dat zijn voor ons zeer, zeer waardevolle medewerkers. Ik hoor de mensen al zeggen: “Jawel, het belangrijkste punt hier is dat wij ons niet fixeren op de diagnose van de ziekte.” Wij gaan vooral bij de mensen nagaan: hoe verloopt het leven? Waar worstelt je mee? Wat doe je? Wat doe jij niet? Wat zijn de mogelijkheden? En uiteraard, een psycholoog heeft ook een enorme menselijke kennis. Kinesisten spreken vaak ook tijdens hun eerste deel van de carrière met de mensen. Verpleegkundigen ook. Die zijn toch ook gepokt en gemazeld in het omgaan met zieke mensen. Goede gesprekken voeren. Op die basis kunnen ze zeer waardevolle beslissingen nemen en ons ondersteunen in ons werk. Uiteraard, als het gaat over een beëindiging van het traject, dat zijn enkel de adviserend artsen die dat mogen stellen. Gewoon omdat zij alle elementen en ook de diagnose en het ziektebeeld in rekening moeten brengen.
PIET: De arbeidsongeschiktheid door mentale gezondheidsproblemen, burn-out, angst, depressie maakt ondertussen één derde uit van de nieuwe gevallen. En dan heb je ook nog een andere derde: mensen die een spier- en gewrichtsaandoening hebben. Chronische pijn is er ook bij. Mocht je nu zeggen: “Ik heb een wondermiddel of er is ergens een magische hefboom.” Bestaat er zoiets?
STEFAN: Ik denk dat heel de klinische wereld en alle artsen ter wereld graag zouden hebben dat er iets van een magische hefboom was of een pilletje dat alles kon oplossen. Dan was het allemaal veel gemakkelijker te regelen. Dan waren wij simpelweg ook niet nodig. Jammer genoeg. Het bestaat niet. Maar preventie. Preventie is het belangrijkste. Preventie kan zowel fysiek als mentaal zijn. Als ik spreek over het mentale, moet je toch proberen om terug op een nulpunt te komen. Dus je moet momenten inlassen in je leven waarop je echt probeert om volledig tot nul te komen. Maar wat is het grote gevaar in onze maatschappij? Er staat zoveel druk op de mensen. Niet alleen op werkvlak, maar ook op privévlak, door de sociale media. Mijn advies is mensen, a.u.b., laat soms de sociale media links liggen. The fear of missing out. Dat is een enorme valkuil op het mentale vlak. Laat dat soms voorbijgaan en probeer uw rust te vinden. En daarmee bedoel ik eigenlijk belasting en ontlasting en daarmee bedoel ik tot nul komen. Een sinusöidale curve: je gaat zo. En eigenlijk is de bedoeling dat wanneer je vanonder komt, dat je eigenlijk terug op uw nulpunt staat. Maar wat zien we bij veel mensen? Ze gaan zo en ze eindigen met de onderkant van een curve op vijf. Een week later eindigen ze op tien, nog een week later op vijftien. En na een tijd, na jaren, vallen ze dan plots uit omdat ze nooit meer tot rust komen. En om dan terug naar dat nulpunt te gaan, dat is verschrikkelijk moeilijk. Fysieke klachten, zwaar fysiek werk: let op hoe je je bewegingen uitvoert, spaar je rug, spaar je knieën. Er bestaan veel opleidingen over hoe je met zulke zaken omgaat. En dan heb je de basiswaarden voor ieder mens. Ik zou denken: beweeg een beetje, maar tien marathons lopen op een jaar is ook niet gezond hé. Beweeg, eet gezond, probeer u te ontspannen. Dat alleen is al bijzonder waardevol.
PIET: Stefan, ontzettend bedankt om een inkijk te krijgen in jouw wereld. Het was fascinerend.
STEFAN: Graag gedaan.
PIET: Het was zeer leerrijk. Dank je wel. Het is inspirerend te horen hoe hij de mensen helpt op een kwetsbaar moment in hun leven, hoe zij terug vaste grond krijgen onder hun voeten. Beste luisteraar, beste kijker, we hopen dat de rol van adviserend arts nu wel wat duidelijker is voor jullie geworden. We hebben vooral geleerd dat achter elk dossier er altijd een mens is en dat is het allerbelangrijkste in deze zaak. Meer info vind je op onze website mloz.be en op de website van het ziekenfonds. Aarzel niet om deze aflevering te liken of door te sturen. Bedankt voor het luisteren naar Gezond Gezegd en zorg goed voor jezelf. Tot de volgende keer.