• Arbeidsongeschiktheid

Werkhervatting: een bemoedigende start, samen vooruit

Werkhervatting is geen gebeurtenis die zich op één moment afspeelt en ligt ook niet in handen van één enkele partij. Ze wordt opgebouwd doorheen het gezondheidstraject, samen met de persoon, zijn behandelend arts, de adviserend arts, de paramedische teams, de werkgever en, wanneer nodig, de regionale diensten voor arbeidsbemiddeling.

Afbeelding

Bij de Onafhankelijke Ziekenfondsen stellen we vandaag bemoedigende ontwikkelingen vast. Maar we stellen vooral vast dat begeleiding het meeste effect heeft wanneer die vroeg wordt ingezet, individueel wordt afgestemd en goed wordt gecoördineerd.

De eerste bemoedigende resultaten

Tussen januari en mei 2026 daalde het aantal nieuwe intredes in invaliditeit bij de Onafhankelijke Ziekenfondsen met 13% tegenover dezelfde periode in 2025. Die daling zien we ook bij de twee andere grote landsbonden.

Het is nog te vroeg om van een duurzame trend te spreken: de lopende hervormingen en de evolutie van de arbeidsmarkt kunnen de cijfers van de komende maanden beïnvloeden. Toch doet deze evolutie zich voor op een moment waarop de ziekenfondsen hun begeleiding van mensen die arbeidsongeschikt zijn sterk hebben uitgebreid.

We komen vroeger tussen, volgen situaties nauwer op en gaan samen met de persoon na wat een werkhervatting mogelijk kan maken.

Een begeleiding die evolueert

De ziekenfondsen hebben een reeks hervormingen doorgevoerd om de trajecten van arbeidsongeschiktheid beter op te volgen en, wanneer mogelijk, een aangepaste werkhervatting te bevorderen.

De opvolging van mensen die arbeidsongeschikt zijn werd onder meer versterkt met regelmatigere contactmomenten, in het bijzonder rond de 4e, 7e en 11e maand van de arbeidsongeschiktheid. Het doel: samen met de persoon op verschillende momenten in het traject de situatie bekijken, mogelijke obstakels identificeren en de mogelijkheden onderzoeken.

Er zijn ook andere hervormingen rond invaliditeit aan de gang. Ze sluiten aan bij de ambitie om de begeleiding af te stemmen op de realiteit van mensen en van de arbeidsmarkt.

Want ook gezondheidssituaties zijn complexer geworden. Vandaag zijn ze vaak minder zwart-wit dan vroeger. De geneeskunde is geëvolueerd, met onder meer minder ingrijpende behandelingen en behandelingsmogelijkheden die het soms mogelijk maken om met een aandoening te leven en te werken. Tegelijkertijd komen chronische ziektes vaker voor bij de actieve bevolking.

De vraag is dus niet altijd of iemand ‘geschikt’ of ‘ongeschikt’ is om te werken. Soms moet worden nagegaan hoe een gezondheidssituatie, capaciteiten die kunnen evolueren en de vereisten van een job zo goed mogelijk kunnen worden gecombineerd, eventueel met aanpassingen of een geleidelijke werkhervatting. 

Werkhervatting betekent niet altijd voltijds hervatten

Ook de trajecten evolueren. Vandaag werkt ongeveer één op de vijf mensen in invaliditeit al deeltijds. Bij de Onafhankelijke Ziekenfondsen is het aandeel nieuwe deeltijdse werkhervattingen tussen 2019 en mei 2026 gestegen:

  • van 9% naar 15% bij mensen die minder dan een jaar arbeidsongeschikt zijn;
  • van 18,4% naar 26,2% bij mensen die langdurig arbeidsongeschikt zijn.

Deze cijfers belichten een belangrijke realiteit: tussen een volledige stopzetting van het werk en een voltijdse werkhervatting bestaat een heel spectrum aan situaties. Iemand kan misschien niet in staat zijn om zijn gebruikelijke activiteit voltijds te hervatten, maar wel over werkcapaciteiten beschikken die geleidelijk kunnen worden ingezet.

Wanneer de gezondheidstoestand dit toelaat, kan een aangepaste werkhervatting helpen om de band met het werk te behouden en te werken aan een duurzame terugkeer.

De essentiële rol van de behandelend arts

Deze evolutie verandert ook de manier waarop we over werkhervatting moeten nadenken.
De behandelend arts is vaak een van de eerste gesprekspartners die de evolutie van de gezondheidstoestand, de capaciteiten van de persoon en eventuele obstakels voor een werkhervatting kent. De adviserend arts en de teams van de ziekenfondsen bekijken de situatie vanuit een ander perspectief, onder meer met betrekking tot de mogelijkheden voor werkhervatting en de begeleidingsmaatregelen.

Deze perspectieven vullen elkaar aan.

Een vraag over de restcapaciteiten, een gesprek over wat mogelijk zou kunnen zijn, of gewoon het tijdig bespreken van de mogelijkheid van een geleidelijke werkhervatting kunnen helpen om de dialoog op gang te brengen.

Het doel is uiteraard niet om van elke ziektesituatie een situatie van werkhervatting te maken. De gezondheid blijft het uitgangspunt. Maar wanneer er werkcapaciteiten zijn, is het nuttig om samen te kunnen bepalen onder welke omstandigheden die kunnen worden ingezet.

De ziekenfondsen hebben hun teams versterkt

Om deze rol ten volle te kunnen opnemen, hebben de ziekenfondsen geïnvesteerd in hun voorzieningen voor werkhervatting. De voorbije jaren werden de teams onder meer versterkt met:

  • 90 extra adviserend artsen;
  • 228 extra paramedici;
  • meer dan 100 terug-naar-werkcoördinatoren binnen de ziekenfondsen.

Bij de Onafhankelijke Ziekenfondsen zijn momenteel 21 terug-naar-werkcoördinatoren actief, tegenover 8 in 2022.

Hun rol bestaat er precies in om de persoon verder te begeleiden wanneer er een potentieel voor werkhervatting wordt vastgesteld: de situatie van de persoon begrijpen, samen de mogelijkheden verkennen, een realistisch plan uitwerken en, wanneer nodig, de andere betrokken actoren inschakelen.

Want het identificeren van een werkcapaciteit volstaat niet. De uitvoering ervan moet ook kunnen worden begeleid.
 

Beter communiceren om beter te begeleiden

Voor de Onafhankelijke Ziekenfondsen blijft het in de eerste plaats een prioriteit om elke persoon die arbeidsongeschikt is zo goed mogelijk te begeleiden, rekening houdend met zijn situatie en zijn volledige traject.

Daarvoor is het ook nodig dat de verschillende professionals die de persoon begeleiden - wanneer dat relevant is en met respect voor de geldende regels - beter kunnen communiceren en hun interventies beter kunnen coördineren.

In die logica is het platform TRIO een nuttige tool. Het vergemakkelijkt de communicatie tussen de zorgverleners die betrokken zijn bij het traject van de persoon en maakt het mogelijk om de nodige informatie beter te delen voor een gecoördineerde begeleiding.

De uitdaging is concreet: vermijden dat iedereen in zijn eigen ‘silo’ werkt, de uitwisseling vergemakkelijken en professionals een beter overzicht van de situatie bieden.

Want voor iemand die arbeidsongeschikt is, stopt het traject niet aan de grenzen tussen professionals of instellingen. Hoe meer de verschillende actoren gecoördineerd samenwerken, hoe beter het mogelijk is om een samenhangende en aangepaste begeleiding aan te bieden.

TRIO is een van de tools die hiervoor kunnen worden ingezet. Hij past binnen de ambitie om professionals rond de persoon samen te brengen en de samenwerking te vergemakkelijken.
 

Complementaire actoren

De begeleiding van mensen die arbeidsongeschikt zijn bestaat niet uit een opeenvolging van afzonderlijke interventies. Ze steunt op een keten van actoren die met elkaar moeten kunnen communiceren, hun respectieve rollen moeten begrijpen en op het juiste moment moeten kunnen tussenkomen. Omdat:  

  • zorgverleners hun patiënten en hun gezondheidstraject kennen.
  • de ziekenfondsen op hun beurt hun teams en begeleidingsvoorzieningen kunnen inzetten.
  • werkgevers en regionale diensten voor arbeidsbemiddeling eveneens een rol te spelen hebben.

De Onafhankelijke Ziekenfondsen maken deel uit van deze dynamiek. En we hebben de zorgverleners nodig om die verder uit te bouwen.

Er is nog werk aan de winkel. Maar we weten welke richting we moeten uitgaan: vroeger tussenkomen, mensen op maat van hun situatie begeleiden en samenwerken met alle betrokken actoren. Zorgverleners zijn essentiële partners in deze dynamiek.

Xavier Brenez, Voorzitter van de intermutualistische Taskforce Arbeidsongeschiktheid