1 op 9 arbeidsongeschikte personen hervat deeltijds het werk tijdens ziekteperiode

Volgens een recente studie van de Onafhankelijke Ziekenfondsen hervat 1 persoon op 9 het werk deeltijds tijdens een periode van ziekte. Vooral personen met mentale aandoeningen doen beroep op het systeem van progressieve werkhervatting. Meestal start de deeltijdse werkhervatting in de eerste 6 maanden van de ziekteperiode. Het gaat daarbij ook vaker om vrouwen, bedienden of zelfstandigen, en personen ouder dan 35 jaar.

Thema
Arbeidsongeschiktheid
Datum
banner retour au travail

Geleidelijk terugkeren naar de arbeidsmarkt

Een recente studie van de Onafhankelijke Ziekenfondsen, waarvan Helan deel uitmaakt, analyseert op basis van haar ledengegevens de deeltijdse werkhervatting van arbeidsongeschikte personen. Het systeem van deeltijdse werkhervatting laat toe om tijdens een periode van ziekte het werk deeltijds te hervatten, mits een akkoord van de adviserend arts van het ziekenfonds, met gedeeltelijk behoud van ziekte-uitkering. Wanneer de gezondheidstoestand van de verzekerde het toelaat, kan worden overgegaan naar een volledige terugkeer naar werk. In bepaalde gevallen behoort ook een opleiding of omscholing tot de mogelijkheden.

Belangrijkste studieresultaten

Het onderzoek toont aan dat ongeveer 1 op 9 arbeidsongeschikte personen het werk deeltijds hervat tijdens een periode van ziekte. In het merendeel van de gevallen vangt de werkhervatting aan binnen de eerste zes maanden van de arbeidsongeschiktheid. Meer dan twee derde van de personen die deeltijds het werk hervatten, gaan vervolgens over naar volledige werkhervatting. Daarnaast toont een vergelijking van de verschillende medische diagnosen aan dat vooral personen met mentale aandoeningen (waaronder hoofdzakelijk burn-out en depressie) beroep doen op deeltijdse werkhervatting. 44% van de deeltijdse werkhervattingen betreft personen met mentale aandoeningen, wat duidelijk hoger is dan het aandeel arbeidsongeschikte personen met mentale aandoeningen zonder deeltijdse werkhervatting (33%).

Tot slot belicht de analyse enkele demografische karakteristieken: 

  • Het gaat vooral om personen ouder dan 35 jaar die het werk deeltijds hervatten tijdens een periode van ziekte. 
  • Vrouwen kiezen vaker dan mannen voor de maatregel.
  • Het gaat voornamelijk om de statuten bedienden en zelfstandigen (en veel minder om arbeiders of werkzoekenden).
  • Wie het financieel moeilijker heeft (rechthebbenden van de verhoogde tegemoetkoming), maakt er beduidend minder gebruik van.

Focus op arbeidspotentieel, nood aan een flexibele arbeidsmarkt

Xavier Brenez, directeur-generaal van de Onafhankelijke Ziekenfondsen “Wanneer de gezondheidstoestand het toelaat, is deeltijdse werkhervatting een succesvol instrument om personen in arbeidsongeschiktheid deeltijds of voltijds terug aan het werk te krijgen. Het draagt bij tot het herstel van de persoon en de duurzaamheid van het systeem. Ten aanzien van de verwachte toename in arbeidsongeschiktheid en invaliditeit de komende jaren, en de stijgende druk op de sociale zekerheid, is het belangrijk om dit voldoende te promoten bij de verzekerden, de werkgevers en de tewerkstellingsdiensten.
Daar waar het huidig systeem van arbeidsongeschiktheid eerder binair is - je bent ziek óf je kan gaan werken - moeten we in de toekomst meer rekening houden met hybride en flexibele systemen. We moeten een paradigmashift maken van arbeidsongeschiktheid naar arbeidspotentieel, steeds vertrekkende vanuit de gezondheidssituatie van de persoon.”

De adviserend arts van het ziekenfonds, samen met een team van paramedici en terug-naar-werkcoördinatoren, speelt een belangrijke rol in dit traject.  Philippe Marneth, arts-directeur bij de Onafhankelijke Ziekenfondsen “Patiënten zien soms zelf niet in wat hun resterende capaciteiten zijn, vaak doordat ze een stukje van hun zelfvertrouwen kwijt zijn. De zogenaamde medische controle door het ziekenfonds heeft voor velen een negatieve bijklank, maar speelt in de praktijk vaak een adviserende en motiverende rol. Door proactief te wijzen op wat iemand wél nog kan. Daarnaast is ook een kennis van de medisch-wettelijke criteria en de praktisch te ondernemen stappen essentieel om een patiënt zo goed mogelijk te begeleiden in zijn traject. 

Contact: Liesbeth Roelandt 0479/21.52.48