10/11/2020
Net als voor de loontrekkenden, is er een tijdelijke aanvullende crisisuitkering voorzien voor sommige arbeidsongeschikte zelfstandigen en meewerkende echtgenoten. Het koninklijk besluit werd goedgekeurd op 23 september 2020.

Omwille van de coronapandemie hebben zelfstandigen hun activiteit moeten stopzetten sinds 1 maart tot en met 30 september 2021. Sommige arbeidsongeschikte zelfstandigen en meewerkende echtgenoten zullen daarom een aanvullende uitkering ontvangen. Het bedrag wordt gelijkgesteld aan dat van het enkelvoudig crisisoverbruggingsrecht.  Let op: in tegenstelling tot de verlenging van het enkelvoudig crisisoverbruggingsrecht tot het einde van 2021, besliste de regering om de tijdelijke uitkering reeds te laten eindigen op 30/09/2021.

Voor wie?

  1. De samenwonende gerechtigde zonder gezinslast in arbeidsongeschiktheid vanaf 1 maart 2020 tot en met 30 september 2021.

Voorwaarden:

  • Zelfstandigen en meewerkende echtgenoten die aan het sociaal statuut van de zelfstandigen onderworpen zijn en een recht op arbeidsongeschiktheidsuitkeringen kunnen openen.
  • De begindatum van de arbeidsongeschiktheid is vanaf 01/03/2020 tot en met 30/09/2021.
  • De gerechtigde heeft de hoedanigheid van samenwonende gerechtigde zonder gezinslast en ontvangt dus een primaire arbeidsongeschiktheidsuitkering van 39,64 euro.
  • De aanvullende crisisuitkering mag niet toegekend worden aan de zelfstandigen die ten vroegste vanaf 1 maart 2021 (tot en met 31 maart 2021) in invaliditeit treden. De maatregel is dus enkel van toepassing voor deze categorie voor het eerste jaar arbeidsongeschiktheid.
  1. De samenwonende gerechtigde zonder gezinslast die ten vroegste vanaf 1 maart 2020 de toegelaten activiteit voor minstens zeven opeenvolgende kalenderdagen heeft moeten stopzetten.

    Voorwaarden:
  • De gerechtigde heeft de toegelaten activiteit verricht op grond van artikel 23 of artikel 23bis van ten vroegste vanaf 1 maart 2020 tot en met 30/09/2021 gedurende minstens zeven opeenvolgende kalenderdagen stopgezet.
  • De gerechtigde heeft de hoedanigheid van samenwonende gerechtigde zonder gezinslast.