24/11/2020
Loontrekkenden die arbeidsongeschikt zijn sinds ten vroegste maart 2020 hebben recht op een tijdelijke aanvullende uitkering. Deze aanvulling zorgt ervoor dat de ziekte-uitkering afgestemd wordt op het bedrag van de tijdelijke werkloosheidsuitkering in diezelfde periode.

Wie arbeidsongeschikt is, krijgt een ziekte-uitkering. Die uitkering is begrensd op 60% van het bruto maandloon. Een werkloosheidsuitkering tussen 01/02/2020 en 31/03/2021 is gelijk aan 70% van het bruto maandloon. Doordat de ziekte-uitkering op een andere manier berekend wordt dan deze van de tijdelijke werkloosheid, kan het voorvallen dat een arbeidsongeschikte werknemer een lagere uitkering ontvangt dan deze voor de tijdelijke werkloosheid.

Om dit te vermijden, werd op 24 juni een wet goedgekeurd over een tijdelijke aanvullende vergoeding op de uitkeringen voor primaire arbeidsongeschiktheid. De wet is retroactief in werking getreden op 1 maart 2020.

Wat houdt dit concreet in?

  • Alle loontrekkende, arbeiders en bedienden, met een arbeidsongeschiktheidsdossier tussen 01/03/2020 en 31/03/2021, zullen een bijkomende vergoeding ontvangen.
  • De ziekenfondsen zullen de eerste bijkomende vergoedingen voor de periode t.e.m. oktober 2020 uitbetalen ten laatste vanaf 31 oktober 2020.
  • De uitkering is enkel mogelijk voor loontrekkenden met een bruto maandloon lager dan 3457,79 euro.
  • Deze aanvullende primaire ongeschiktheidsuitkering wordt toegekend voor elke dag waarvoor er daadwerkelijk recht was op een primaire ongeschiktheidsuitkering. 
  • De toekenning van de aanvullende uitkering is afhankelijk van het bruto maandloon. Er wordt een gegarandeerd dagminimum van 61,22 euro en een dagmaximum van 79,80 euro voorzien. 
  • Het supplement houdt ook rekening met het begrensde gederfde loon (GDL): dat is het loon dat je misloopt omdat je ziek bent.
  • Het supplement moet desgevallend ook verminderd worden in toepassing van sancties, verminderingen of anticumulregels.
     

Meer info op de site van het RIZIV.