Arbeidsongeschiktheid van meer dan 12 maanden, ofwel ‘invaliditeit’, komt nog te vaak voor in België. Het aantal mensen in arbeidsongeschiktheid van meer dan 12 maanden zou moeten dalen, maar stijgt evenwel structureel (elk jaar met bijna 5%). In 2020 bedroeg dit zelfs 10,7% van de totale bevolking van werknemers in de privésector en werkzoekenden. Een paradigmaverschuiving, met een hogere focus op de erkenning van de resterende capaciteiten in plaats van de verloren capaciteiten, en op de individualisering van de trajecten voor de terugkeer naar het werk, moet naar voren geschoven worden. 

Het Federaal Planbureau heeft onderzocht in hoeverre België al dan niet beantwoordt aan de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen die in 2030 verwezenlijkt moeten zijn. Ter herinnering: de ambitie bestaat erin ‘een aanhoudende, inclusieve en duurzame economische groei, een volledige en productieve tewerkstelling en waardig werk voor iedereen te bevorderen’.

Het is in dit kader dat de regering-De Croo zich tot doel heeft gesteld om tegen 2030 een werkzaamheidsgraad van 80% te bereiken, wat de facto de terugkeer naar het werk voor verschillende niet-actieve groepen impliceert. Het gaat dan vooral om personen die arbeidsongeschikt zijn wegens ziekte, maar terug voldoende capaciteiten hebben om te te beginnen werken, mits begeleiding en een eventuele wijziging van hun taken, werkpost of arbeidsregeling.

Arbeidsbegeleiding

De gebruikte indicator voor de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen focust op personen in arbeidsongeschiktheid van lange duur. Maar we weten dat de begeleiding bij de terugkeer naar het werk meer succes heeft als ze vroeg in het traject van de persoon wordt uitgevoerd, idealiter vóór de eerste 12 maanden.
De regering-De Croo koestert dus grote ambities om het aantal gevallen van arbeidsongeschiktheid terug te dringen, door de implementering van return-to-work coordinators (ook terug-naar-werk-coördinatoren genoemd), een herziening van de re-integratietrajecten en de responsabilisering van de verschillende belanghebbenden. 

6 miljoen tegenover 10 miljard

De Onafhankelijke Ziekenfondsen verwelkomen deze ontwikkelingen, maar benadrukken ook de omvang van de taak: de toekenning van €6 miljoen door de regering-De Croo voor de return-to-work coordinators is niet voldoende, vergeleken met de €10 miljard aan jaarlijkse kosten voor arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Deze return-to-work coordinators zullen alleen ten volle ingezet kunnen worden als ze voldoende omkaderd worden door de adviserend artsen en als de relaties tussen de verschillende actoren efficiënter worden.

Daarom zijn er verschillende zaken prioritair om re-integratie op de werkvloer te laten slagen. Laten we bijvoorbeeld maar een beginnen met de versterking van het statuut en de uitbreiding van de groep adviserend artsen. Daarnaast is het noodzakelijk dat alle belanghebbenden, waaronder werkgever en werknemers, geresponsabiliseerd worden. Ook het beloofde wettelijk kader van Minister Dermagne om de arbeidsgeneeskunde en preventieve acties te versterken, is prioritair. En tot slot zouden een vereenvoudiging en een herziening van de uitkeringsbedragen niet alleen garanderen dat de zieke werknemer een vervangingsinkomen geniet dat boven de armoededrempel ligt, maar hen ook aanzetten om het werk te hervatten zodra de capaciteit voldoende hersteld en medisch geattesteerd is.

Een paradigmaverschuiving, met een hogere focus op de erkenning van de resterende capaciteiten in plaats van de verloren capaciteiten, en op de individualisering van de trajecten voor de terugkeer naar het werk, moet naar voren geschoven worden. Zo kunnen we de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen realiseren tegen 2030.

 

Xavier Brenez,
directeur generaal van de Onafhankelijke Ziekenfondsen