10/12/2020
Brussel
Langer arbeidsongeschikt met burn-out of depressie

1 op de 4 hoofddiagnoses bij de start van een arbeidsongeschiktheid betreft een psychosociale aandoening. Dat toont de nieuwste studie van de Onafhankelijke Ziekenfondsen. Uit diezelfde resultaten blijkt ook dat vooral een vrouwelijke bediende intreedt in arbeidsongeschiktheid omwille van burn-out, depressie of angststoornis. De Onafhankelijke Ziekenfondsen benadrukken dat investeren in optimale werkomstandigheden en in het welzijn van werknemers belangrijke voorwaarde zijn om arbeidsongeschiktheid te voorkomen. 

De nieuwste studie van de Onafhankelijke Ziekenfondsen toont dat 1 op de 4 hoofddiagnoses (24,8 %) bij intrede in arbeidsongeschiktheid een psychosociale aandoening betreft. Een half jaar later, op de eerste dag van de zevende maand in arbeidsongeschiktheid, bedraagt het aandeel van mensen die arbeidsongeschikt zijn door een psychosociale aandoening, iets meer dan 40 %. Opnieuw een half jaar later, wanneer men spreekt over intrede in invaliditeit (dus na 1 jaar arbeidsongeschiktheid), is dit 4 op de 10. Mensen met een psychosociale aandoening blijken dus langere tijd arbeidsongeschikt te zijn dan gemiddeld: personen met een depressie zitten gemiddeld 4 maanden thuis, mensen met een burn-out 3 maanden. Dit is langer dan bijvoorbeeld personen in arbeidsongeschiktheid omwille van hart- en vaatziekten. “Mentale gezondheidsproblemen blijven een belangrijke reden voor uitval en langdurige arbeidsongeschiktheid”, bevestigt Professor Arbeidsgeneeskunde Lode Godderis, directeur Onderzoek bij IDEWE. “En de kans bestaat dat in deze onzekere tijden dit aantal nog meer zal stijgen. Veel mensen hebben angst voor de toekomst, kunnen maar moeilijk om met de onzekerheid en ervaren veel stress.”

Deze cijfers blijken uit een analyse onder de leden van de Onafhankelijke Ziekenfondsen. Tussen 1 januari 2018 en 31 december 2018 traden circa 60.000 leden in arbeidsongeschiktheid omwille van ziekte. Zij werden voor deze studie opgevolgd tot en met 31 december 2019.

Meer burn-out bij vrouwelijke bedienden

Maar er is meer. Uit de analyse blijkt ook dat vooral bedienden arbeidsongeschikt worden door psychosociale aandoeningen. Bij bedienden beslaan psychosociale aandoeningen al bij intrede in arbeidsongeschiktheid ongeveer een derde van het totaal aantal diagnoses. Het aandeel neemt toe tot 55 % na een half jaar en dat blijft ook zo na een jaar. Dit is opmerkelijk hoger dan bij zelfstandigen en arbeiders. Bij zelfstandigen duurt het wel langer voor een dossier kan worden afgesloten en het aandeel zelfstandigen dat arbeidsongeschikt is door een burn-out of depressie neemt sterk toe na een half jaar en bij intrede in invaliditeit. 

Vrouwen worden in vergelijking met mannen dubbel getroffen door psychosociale aandoeningen. Ten eerste krijgt 30 % van de vrouwen bij de opstart van arbeidsongeschiktheid een psychosociale aandoening als diagnose, terwijl dit bij mannen slechts 19 % is. Ten tweede duurt het langer voor dit soort dossiers afgesloten worden bij vrouwen, dan bij mannen. Het verschil tussen mannen en vrouwen werd eerder al aangetoond door het RIZIV, voor intrede in invaliditeit. Dat intrede in arbeidsongeschiktheid bij vrouwen in vergelijking met mannen zo uitgesproken veel meer gebeurt omwille van psychosociale aandoeningen, is een nieuwe bevinding.

Vooral jongere werknemers

Jonge werknemers, tussen 20 en 40 jaar, lijken meer vatbaar om thuis te zitten met een burn-out dan hun oudere collega’s (30 %). Maar zij gaan wel terug sneller aan de slag na een periode van arbeidsongeschiktheid door een psychosociale aandoening. Oudere werknemers zijn dus langer arbeidsongeschikt door een burn-out of depressie, dan hun jongere collega’s.
“Arbeidsre-integratie is een belangrijk onderdeel van de behandeling van mentale gezondheidsproblemen en het is belangrijk dat dit tijdig wordt opgestart”, legt Professor Godderis uit. “Tijdens een periode van arbeidsongeschiktheid is het waardevol dat er blijvend contact is met het werk. Dit bevordert een geslaagd herstel en helpt ook om vlotter terug aan het werk te gaan. Het is ook cruciaal om werkgerelateerde oorzaken voor de mentale gezondheidsproblemen te erkennen en om de barrières die een terugkeer in de weg kunnen staan, aan te pakken.”

Preventie en investeren in welzijn van de werknemers

Arbeidsongeschiktheid verdient voldoende aandacht, ongeacht de reden waarom iemand niet kan gaan werken. Daarom zien de Onafhankelijke Ziekenfondsen dit als een prioriteit, die werd opgenomen in hun memorandum 2019. “En dit gaat verder dan alleen arbeidsongeschiktheid omwille van psychosociale aandoeningen”, verduidelijkt Astrid Janssens, Adjunct Medisch Directeur bij de Onafhankelijke Ziekenfondsen. “Preventie is de beste remedie om arbeidsongeschiktheid te voorkomen. Dit geld zeker voor burn-out, maar ook voor bijvoorbeeld bot- en spierziektes: het is zinvol voor bedrijven om meer preventieacties te organiseren. Investeren in optimale werkomstandigheden en in het welzijn van werknemers is een belangrijke voorwaarde in het voorkomen van arbeidsongeschiktheid. Dankzij de reglementering voor de re-integratie op het werk zijn werkgevers zich hier meer bewust van: door de psychosociale arbeidsbelasting van werknemers te beperken, groeit een bedrijf. ”

Meer info:

Lies Dobbelaere, algemeen perscontact, 0478 75 47 67 of lies.dobbelaere@mloz.be

Beschikbare experten:

  • Astrid Janssens, adjunct medisch directeur Onafhankelijke Ziekenfondsen
  • Luk Bruyneel, vertegenwoordiging en studies Onafhankelijke Ziekenfondsen
  • Lode Godderis, professor arbeidsgeneeskunde en directeur Onderzoek bij IDEWE