16/02/2021

Deze studie biedt als eerste een zicht op de impact van de COVID-19-crisis op de instroom in arbeidsongeschiktheid. We hanteerden hiervoor gegevens voor de eerste acht maanden van 2020. De studie moet dus eerder gezien worden als een eerste aanzet; we riskeren de effecten van de COVID-19-schokken vermoedelijk pas te zien in de komende maanden en jaren. Belangrijk zal zijn om de betreffende indicatoren te blijven opvolgen en deze relaties verder te trachten kwantificeren. Bovendien dient de puzzel met andere arbeidsmarktindicatoren nog te worden gelegd. Toch kunnen we al enkele tendensen afleiden.

Tendens 1
Met bijna 1 op de 20 arbeidsongeschiktheidsuitkeringen omwille van de diagnose coronavirus, is de COVID-19-crisis ook zichtbaar aanwezig in de cijfers over arbeidsongeschiktheid. Bovendien is dit een onderschatting aangezien ook andere diagnoses, voornamelijk ziekten van het ademhalingsstelsel, gehanteerd werden om COVID-19 te duiden. Wel is de periode in arbeidsongeschiktheid veel korter dan gemiddeld.
Tendens 2
Een explosie in het aantal nieuwe getuigschriften arbeidsongeschiktheid in maart 2020 in vergelijking met maart 2019, dewelke minder uitgesproken is voor het aantal getuigschriften dat aanleiding gaf tot een arbeidsongeschiktheidsuitkering door de verzekeringsinstelling. Nooit eerder was het verschil tussen getuigschriften in het algemeen en getuigschriften die later aanleiding zouden geven tot een uitkering zo hoog als in maart 2020.
Tendens 3
Een deel van de toename in het aantal nieuwe getuigschriften arbeidsongeschiktheid en arbeidsongeschiktheidsuitkering kan worden verklaard door aandoeningen die niet rechtstreeks gerelateerd zijn aan een COVID-19-infectie: psychosociale aandoeningen, ziekten van bot-spierstelsel en bindweefsel, en nieuwvormingen.
Tendens 4
Voor het eerst in jaren is er een daling merkbaar in het aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Ondanks deze daling blijven psychosociale aandoeningen dominant aanwezig als reden voor intrede in arbeidsongeschiktheid.