07/10/2020

rizivinami.pngcinnic.jpg

De Belgen zijn tevreden over de raadplegingen op afstand die ze tijdens de lockdownperiode met hun zorgverleners hadden. Naar de toekomst toe hebben ze wel tips voor verbetering: raadplegingen op afstand moeten complementair blijven aan fysieke contacten met zorgverleners. Ze zijn vooral geschikt voor eerder administratieve zaken of voor de opvolging van bestaande aandoeningen. Er moet ook voldoende informatie, ondersteuning en een veilig platform komen. Dat blijkt uit een grootschalige bevraging van alle mutualiteiten bij hun leden.

Tussen 14 maart en 5 mei 2020 werd een ‘lockdown’ opgelegd om de verspreiding van COVID-19 tegen te gaan. Dit had ook een belangrijke impact op de gezondheidszorg. Zorgverleners moesten niet-spoedeisende medische handelingen annuleren of uitstellen. Om de continuïteit van de zorg te waarborgen en de risico's van verspreiding van het virus te minimaliseren,
werden raadplegingen op afstand (telefoon of videobellen) tijdelijk ingevoerd. In de eerste plaats bij de (huis)arts maar snel volgden andere zorgverleners, zoals tandartsen, kinesitherapeuten, logopedisten, psychologen …

De raadplegingen op afstand werden veel gebruikt. Volgens het monitoringrapport COVID-19 van het RIZIV1 werden tussen maart en mei 2020 ruim 3,8 miljoen raadpleging op afstand
gefactureerd. Het gros hiervan bij huisartsen. Binnen het RIZIV starten vanaf 7 oktober de gesprekken over de toekomst van deze raadplegingen op afstand. “De mutualiteiten zijn voorstander van een structurele verankering van deze raadplegingen, maar pleiten voor een duidelijk wettelijk kader en transparant terugbetalingssysteem. We willen hierbij rekening houden met de lessen die onze leden uit de raadplegingen op afstand hebben getrokken en met hun verwachtingen,” stelt Paul Callewaert in naam van het Nationaal Intermutualistisch College.

De Christelijke, Socialistische, Onafhankelijke, Liberale en Neutrale Mutualiteiten, evenals de Hulpkas en de Kas voor geneeskundige verzorging van de NMBS, organiseerden daarom in juli samen een grootschalige bevraging bij 100 000 leden waarvoor een raadpleging op afstand was aangerekend. Het RIZIV verleende zijn medewerking aan deze bevraging. De koepels van patiëntenorganisaties (VPP, LUSS, RaDiOrg) gaven eveneens input.

Belangrijkste resultaten

Ruim 8 000 leden vulden de vragenlijst in. Bijna 5 500 vragenlijsten werden weerhouden na toepassing van een aantal filters. Het merendeel van de antwoorden betrof een teleconsultatie bij huisartsen (78%), gevolgd door artsen-specialisten (11%), psychiaters (4%) en psychologen (3%). Voor de andere categorieën zorgverleners kwamen te weinig antwoorden binnen om representatief te zijn. Ruim driekwart van de ondervraagden zegt (heel) tevreden te zijn over de teleconsultaties die ze gehad hebben in coronatijden. Ze vinden dat de communicatie vlot verliep, ze hadden het gevoel gehoord te worden en geven aan dat de zorgverlener voldoende tijd nam.


Gevraagd naar de toekomst van raadplegingen op afstand zijn ze terughoudender. 80% stelt dat een fysieke raadpleging het meest wenselijk blijft en 62% is van mening dat  raadplegingen op afstand eerder uitzondering dan regel moeten blijven. De ondervraagden vinden teleconsultaties vooral nuttig voor het verkrijgen van een geneesmiddelenvoorschrift (86%), een snel advies voor een dringend probleem (74%) of nog het opvolgen van een gekend probleem (74%). Voor zelfzorg of advies over een nieuw probleem of klacht vinden ze deze
raadplegingen minder geschikt. Uit de bevraging blijkt dat het leeuwendeel van de consultaties minder dan 10 minuten duurde. Bij de huisartsen is dat zo in 77% van de gevallen. Dit is onder meer te verklaren doordat een kwart van de consultaties plaatsvond voor het verkrijgen van een geneesmiddelenvoorschrift. Bij artsen-specialisten (67%), psychiaters (80%) en psychologen (72%) is de voornaamste reden voor een raadpleging op afstand de opvolging van een bestaande of chronische aandoening.

De teleconsultaties vonden meestal plaats bij de vaste zorgverlener, en in ruim de helft van de gevallen ging het initiatief van de zorgverlener uit. Bijna 2 op de 3 raadplegingen kwamen
niet in de plaats van een eerdere fysieke raadpleging. Quasi alle (95%) teleconsultaties gebeurden telefonisch. Enkel bij psychologen en psychiaters vond een belangrijk deel van de consultaties via video plaats. De teleconsultaties verliepen meestal vlot, maar patiënten vinden niettemin dat er technische ondersteuning beschikbaar moet zijn voor  ideoconsultaties. De meeste ondervraagden maken zich weinig zorgen over privacy, maar opvallend dat bijna een op de 5 zegt hier nog niet te hebben bij stil gestaan.
De raadplegingen op afstand worden in de meeste gevallen via het systeem van derde betaler betaald en er wordt meestal geen remgeld aangerekend. Uit de enquête blijkt dat de leden er weinig van op de hoogte waren dat de zorgverlener betaald werd voor de consultatie. Ongeveer de helft van de bevraagden vindt dat de zorgverlener evenveel mag verdienen voor
een teleconsultatie als voor een fysieke consultatie. Meningen over de hoogte van de eigen bijdrage lopen uiteen.

Aanbevelingen

De mutualiteiten nemen deze resultaten mee naar de onderhandelingen. Vanaf 7 oktober startten bij het RIZIV de gesprekken over de toekomst van deze raadplegingen op afstand.
“We zullen inzetten op de aandachtspunten die de leden meegeven om de raadplegingen op afstand bij te sturen met het oog op kwaliteit, doelmatigheid en toegankelijkheid van de
zorg”, geeft Paul Callewaert mee. Belangrijk is dat leden duidelijk aangeven dat raadplegingen op afstand complementair moeten zijn aan fysieke contacten met de zorgverlener. “Een raadpleging op afstand is een veilige manier om chronische aandoeningen (zoals diabetes) op te volgen en voorschriften aan te vragen, maar voor plotse andere klachten prefereer ik toch een fysiek onderzoek bij de dokter”, vat een respondent het goed samen. Voorts geven de leden aan dat een onderscheid gemaakt moet worden tussen raadplegingen voor eerder administratieve zaken en raadplegingen voor de opvolging van bestaande chronische aandoeningen. De patiënten moeten ook beter geïnformeerd worden en ze hebben nood aan technische ondersteuning en een interoperabel, betrouwbaar, gebruiksvriendelijk platform voor raadplegingen op afstand, met de nodige garanties voor privacy. De ziekenfondsen zijn alvast klaar om aan deze uitdagingen mee te werken. 

Bijlage 1: Belangrijkste resultaten

Bijlage 2: Intermutualistisch onderzoeksrapport raadplegingen op afstand

 

Perscontact
Lies Dobbelaere, algemeen perscontact: lies.dobbelaere@mloz.be - 0478 75 47 67