We naderen het einde van 2020, het coronajaar. Het virus heeft ons leven ingrijpend veranderd, en we zijn blij dat we over een sterke gezondheidszorg en sociale zekerheid beschikken. Dat is niet overal het geval. Ook in Afrika onderstreept COVID-19 het belang van gezondheidszorg en ziekteverzekering, maar er is nog een lange weg af te leggen. België en Europa kunnen hier mee hun schouders onder zetten.

Afrika wordt minder hard getroffen door COVID-19 dan de andere continenten. Begin december waren er volgens de Wereldgezondheidsorganisatie meer dan 2,3 miljoen besmettingen genoteerd, en 54.000 overlijdens door COVID-19 (ter vergelijking: in Europa zijn er vandaag meer dan 14 miljoen besmettingen, en 356.000 overlijdens). Tegelijkertijd is de gezondheidszorg in Afrika niet uitgerust om een gezondheidsrisico als COVID-19 op te vangen. Volgens een analyse van Reuter is er op het Afrikaanse continent minder dan 1 bed voor intensieve zorgen per 100.000 personen. En dan hebben we het nog niet over de toegang tot vaccins. De meeste Afrikaanse landen zijn in het internationale project COVAX gestapt dat ook voor lage-inkomenslanden de toegang tot een vaccin tegen COVID-19 moet garanderen. Recent werd in The Lancet nog aan de alarmbel getrokken: er is dringend een plan nodig om de gezondheidscrisis in Afrika onder controle te houden.

Bovendien is de schade voor de Afrikaanse landen door de lockdowns enorm. Zo wordt Sub-Sahara Afrika volgens de Wereldbank naar de eerste recessie in 25 jaar geduwd, en riskeren 40 miljoen personen in extreme armoede te vallen, waardoor het resultaat van de strijd tegen armoede van de laatste 5 jaar teniet wordt gedaan.

Duurzaame gezondheidsdoelstellingen

Als de coronacrisis iets heeft aangetoond, dan is het wel de waarde van toegang tot gezondheidszorg en sociale bescherming. Volgens de Internationale Arbeidsorganisatie geniet slechts 10% van de actieve bevolking in Sub-Sahara Afrika de bescherming van de dekking van de sociale zekerheid (meestal pensioen, maar soms ook ziekteverzekering). In 2015 werden 17 duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (DOD’s) aangenomen door de algemene vergadering van de Verenigde Naties. Ontwikkelingsdoelstelling 3 is gericht op het verzekeren van een goede gezondheid en het promoten van welzijn voor alle leeftijden, waarbij het realiseren van een universele gezondheidsdekking tegen 2030 tot één van de concrete doelstellingen behoort. Met de Internationale dag van de Universele Gezondheidszorg op 12 december jl. werd dit nog eens onder de aandacht gebracht.

Dit is niet ontsnapt aan de aandacht van onze nieuwe Minister van ontwikkelingssamenwerking. “België is traditioneel een sterke partner op het vlak van gezondheid en wil dat blijven, zeker nu het belang van goede gezondheidssystemen is aangetoond,” aldus Minister Kitir bij de presentatie van haar beleidsnota begin november. Iets wat we alleen maar kunnen toejuichen. Op 8 december jl. werd alvast een project gelanceerd m.b.t. de ontwikkeling van sociale beschermingssystemen voor personen in Burkina Faso en Senegal die in de informele economie werken, met ondersteuning van de Belgische ontwikkelingssamenwerking.

In het kader van de Synergie MASMUT werken 3 Belgische ziekenfondsen en 3 NGO’s met de steun van de Belgische overheid sinds 2014 samen in de ondersteuning van de mutualitische beweging in 8 West- en Centraal-Afrikaanse landen. Voor vele mensen is de mutualiteit de enige manier om zich te verzekeren tegen gezondheidsrisico’s en zich toegang te verschaffen tot de gezondheidszorg.  En de Afrikaanse mutualiteit kan ook een waardevolle partner zijn in de ontwikkeling van een ziekteverzekering, zoals dit reeds het geval is in landen als Senegal en Mali. De afgelopen maanden hebben de Afrikaanse ziekenfondsen trouwens de nationale overheden  kunnen ondersteunen in het sensibiliseren van de bevolking over de ondertussen gekende preventieve handelingen om COVID-19-besmettingen tegen te gaan. We hopen alleszins dat de Minister deze mutualistische bewegingen ook in de toekomst verder blijft ondersteunen.

Europa

Ook de Europese Unie moet deze ontwikkeling ondersteunen, en daarvoor is er vandaag een belangrijke momentum. Want de EU en de Afrikaanse Unie werken aan een nieuwe partenariaat. In maart presenteerde de Europese Commissie haar voorstel Naar een brede strategie met Afrika voor de toekomstige samenwerking met Afrika. Daarin zijn er 5 werven inzake oa groene transitie, digitalisering, groei en jobs,…maar geen werf rond sociale bescherming en gezondheidszorg. Lees je het document wat aandachtiger, dan vind je onder de titel “Partners voor duurzame groei en werkgelegenheid” toch iets over gezondheid en gezondheidszorg maar dan wel gelinkt aan de economie: men moet zorgen voor een “gezonde beroepsbevolking”. Dit doet toch wel de wenkbrauwen fronsen. Niet enkel zou het recht op een goede gezondheid en de toegang tot gezondheidszorg voor iedereen moeten gelden. De EU zou ook een prominentere plaats mogen geven aan deze uitdaging, zeker in de huidige context van de coronacrisis.

De internationale koepel van mutualiteiten – AIM – riep daarom onlangs op om in dergelijke strategische partnerships een grotere focus te leggen op de versterking van de gezondheidszorg en de ontwikkeling van sociale bescherming, en om via deze weg bij te dragen tot de realisatie van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen. Gezondheid is geen thema die in de marge van een economische samenwerking wordt geplaatst. In tegendeel, het moet een centraal thema zijn, zeker nu.

In 2021 zal de internationale top tussen de EU en de Afrikaanse Unie plaatsvinden. Misschien zullen de afgelopen crisismaanden ertoe geleid hebben dat gezondheid en gezondheidszorg een grotere plaats krijgen in deze strategische samenwerking. Hopelijk hebben de politieke leiders dit alvast genoteerd als goed voornemen voor het nieuwe jaar.

Door Christian Horemans, Expert Internationale Zaken bij de Landsbond van de Onafhankelijke Ziekenfondsen