Uitdagingen

In 2040 zal 10 % van de bevolking ouder zijn dan 80 jaar. Het aantal personen met zorgnoden zal in de komende 20 jaar dus verdubbelen (1,2 miljoen mensen). Hoe gaan we de problemen van autonomieverlies opvangen?

Tegen 2025 zouden er in totaal 149.000 tot 177.000 bedden in rusthuizen nodig zijn. Met andere woorden: een jaarlijkse toename van 1.600 tot 3.500 bedden al naargelang het scenario, wat ruim boven het huidige ritme ligt waarmee er nieuwe bedden bijkomen. Waarschijnlijk zal de vraag vanaf 2025 trouwens nog hoger liggen. Mensen doen overigens steeds later een beroep op residentiële zorg. Tot 80 jaar blijven de meeste senioren (96 %) zeer onafhankelijk en doen ze slechts zelden een beroep op de beschikbare hulp.

Thuis blijven wonen en zelf je levensloop bepalen, draagt duidelijk de voorkeur van de burgers weg. Institutionalisering moet dus beperkt blijven tot mensen met een zware zorgnood, tegelijk moeten we vooral inzetten op oplossingen die autonomie thuis vergemakkelijken.

In de meeste gevallen is thuis blijven wonen mogelijk dankzij de hulp van mantelzorgers, die naar schatting 10 en 30 % van de bevolking uitmaken.

Er moeten oplossingen komen die beantwoorden aan de evolutie van de behoeften en de afhankelijkheidsgraad en er tegelijk voor zorgen dat mensen thuis kunnen blijven wonen:

  • Begeleiding van de mantelzorgers
  • Omkadering en thuiszorg
  • Oplossingen voor geneeskunde/monitoring vanop afstand
  • Respijtoplossingen
  • Nacht- of dagoppas
  • Serviceflats
  • Rust- en verzorgingstehuizen
Welke gezondheidsdoelstellingen?
  • De huidige bezettingsgraad in rusthuizen door personen met een lage afhankelijkheid verminderen met 10 % door hen alternatieve oplossingen aan te reiken (2025).
  • Aan minstens 80 % van de mantelzorgers het statuut en de bijbehorende rechten toekennen (2025).
  • Ergotherapiediensten erkennen en ondersteunen die zich bezighouden met de herinrichting van woningen (2025).
Wat stellen de Onafhankelijke Ziekenfondsen voor?
  • De vooruitzichten en de behoeften inzake afhankelijkheid regelmatig inschatten (aantal personen, type afhankelijkheid, afhankelijkheidsgraad, geografische spreiding, ...) om binnen 10 à 20 jaar een vooruitziend beleid te creëren.
  • Informele zorg stimuleren door het statuut te verstevigen en de mantelzorger meer te begeleiden:
    • Periodes van loopbaanonderbreking gelijkstellen voor de berekening van het pensioen.
    • Een rechtstreekse vergoeding voor mantelzorgers invoeren.
    • Specifiek verlof voor dergelijke ondersteuningstaken toestaan.
    • Fiscale voordelen en/of een verlaging van de onroerende voorheffing invoeren voor mantelzorgers die samenwonen met een afhankelijke persoon.
    • Administratieve en psychosociale begeleiding voor mantelzorgers ontwikkelen.
    • Oplossingen ontwikkelen en financieren voor korte adempauzes en thuisoppas.
  • Met de sociale diensten systematisch een begeleidingsplan voor kwetsbare ouderen voorstellen, om hen oplossingen aan te bieden die rekening houden met hun behoeften en manier van leven.
  • Beveiligde gezondheidsnetwerken gebruiken om een samenvatting van de algemene situatie van de patiënt (tekorten, formele en informele hulp, ...) en van het begeleidingsplan (evaluatie, opvolging, begeleiding) te delen met zorg- en hulpprofessionals.
  • De ontwikkeling en implementering stimuleren van eenvoudig te gebruiken en betaalbare communicatie- en telemonitoringoplossingen.
  • Cohousing (met een of meer generaties) fiscaal aantrekkelijk maken:
    • Fiscale aftrek mogelijk maken voor natuurlijke personen die samenwonen met een naaste van meer dan 75 jaar oud.
    • In geval van cohousing in een ‘eengezinswoning’: komaf maken met de impact van het statuut van samenwonende op de inkomsten en sociale rechten van de bewoners.
  • Een gestructureerd plan opstellen, geflankeerd door indicatoren, dat de kwaliteit van de dienstverlening en het welzijn van de inwonenden verzekert in alle instellingen.