De burger heeft een stem in het kapittel

Wie het heeft over gezondheidsdoelstellingen, moet het ook hebben over burgerparticipatie. De Onafhankelijke Ziekenfondsen zijn van mening dat het gezondheidsbeleid de voorkeuren en prioriteiten van de burgers moet weerspiegelen. Uit een onderzoek van de Onafhankelijke Ziekenfondsen blijkt dat 6 burgers op de 10 burgers nauwer betrokken willen worden bij de uitdagingen op vlak van volksgezondheid. Andere enquêtes van de Koning Boudewijnstichting en het RIZIV tonen eveneens aan dat de burgers welbepaalde verwachtingen koesteren op het vlak van preventie, levenskwaliteit, enz. "Gezondheid is de topprioriteit van de burgers. Het is dan ook niet meer dan logisch dat het gezondheidsbeleid aansluit bij deze wensen en behoeften", aldus Xavier Brenez. "Dit kan worden bereikt door nog meer burgerplatforms te organiseren. Door burgers, zorgverleners en gezondheidseconomen bij elkaar te brengen om de juiste keuzes te maken. We kunnen de patiënt niet langer buiten de debatten houden."

Nog al te vaak blijft het gezondheidsbeleid beperkt tot een debat tussen ingewijden, maar het zou ook de maatschappelijke voorkeuren moeten weerspiegelen, om er zeker van te zijn dat de burger/patiënt achter de keuzes en beslissingen van de overheden staat.

6 voorkeuren van de burger op vlak van gezondheid

Uit de verschillende enquêtes kunnen meerdere trends gedistilleerd worden, die maximale goedkeuring kunnen wegdragen.

1. Voorrang aan levenskwaliteit en het belang van preventie

Uit alle enquêtes blijkt dat een meerderheid van de burgers levenskwaliteit verkiest boven levensduur. Volgens hen moet preventie dus evenveel aandacht krijgen als de curatieve sector. Daarbij moet voorrang gegeven worden aan de volgende actiedomeinen:  de strijd tegen kanker, de begeleiding van chronisch zieken, obesitas, mentale gezondheid en de strijd tegen verslavingen (alcohol, tabak en drugs). 
Sommige burgers zijn zelfs voorstander van verplichte maatregelen:  verbod op roken in aanwezigheid van kinderen, verbod op bepaalde pesticiden, verplichting van bepaalde opsporingstests en bepaalde vaccins, verbod op de verkoop van gesuikerde drank en snoepgoed op school, verbod op de verkoop van alcohol op snelwegparkings of aan minderjarigen.

2. Meer transparantie, informatie en betrokkenheid

De Belgen zijn eerder tevreden over hun gezondheidszorgsysteem, maar een pijnpunt is volgens hen het gebrek aan transparantie en informatie. Punten waarover ze graag meer informatie zouden krijgen zijn: de kostprijs van de behandeling en het deel dat voor hun rekening blijft, de kwaliteit van de zorg, de door specialisten voorgeschreven behandelingen, de hospitalisatiefactuur... Als ze wel toegang hebben tot informatie, dan is die overigens niet altijd begrijpelijk. 
Bovendien zou de burger meer betrokken willen worden bij zowel de beslissingen die de zorgverleners over hen nemen, als bij de maatschappelijke keuzes die het gezondheidsbeleid sturen.

3. Medische gegevens delen en gebruiken

De Belgen vinden dat zorgverleners hun medische gegevens gerust met elkaar mogen delen. Dat is, volgens hen, een nuttige maatregel om onnodige onderzoeken te vermijden en om de gezondheidsuitgaven binnen de perken te houden. De uitwisseling van medische gegevens met de toestemming van de patiënt zou voor de Belgen ook een prima middel zijn om hen proactief te informeren over hun gezondheid en/of om hun ondersteuning te vergemakkelijken.

4. Organisatie van het systeem voor geneeskundige verzorging rondom de patiënt

Het gezondheidssysteem moet patiëntgericht zijn en het moet echt afgestemd zijn op zijn noden. De medische innovatie zou moeten focussen op de werkelijke behoeften.
Over het algemeen beseft de burger dat het voortbestaan van ons zorgsysteem gewaarborgd moet worden door kostenefficiëntie én dat erop toegezien moet worden dat de zorg en de toegevoegde waarde van die zorg relevant zijn.
Uit alle enquêtes komen nog drie aandachtspunten naar voren: de kosten die ten laste blijven van de patiënt, de wachtlijsten voor bepaalde specialisten en de toegang tot rusthuizen.

5. Thuis blijven wonen

De overgrote meerderheid van de 60-plussers wil zo lang mogelijk thuis blijven, met hulp van  familie, vrienden of gezondheidsprofessionals. Op de tweede plaats komen assistentiewoningen en serviceflats. In de meerderheid van de gevallen worden rusthuizen als het allerlaatste redmiddel beschouwd.
Een meerderheid is overigens bereid om mantelzorger te worden of om een rol te spelen in een lokaal solidariteitsnetwerk dat buurtbewoners  ondersteunt in hun dagelijkse bezigheden.

6. Solidariteit en verantwoordelijkheid

Voor de burgers zijn individuele verantwoordelijkheid en sterke solidariteitsmechanismen essentieel. De criteria voor de keuze van de prioriteiten moeten echter de last van een ziekte en de prevalentie ervan zijn, en niet het effect ervan op de kosten die de sociale zekerheid moet dragen. De maatschappelijke voorkeuren liggen dus duidelijk eerder bij gezondheidsbehoeften dan bij  financiële overwegingen. Wat solidariteit betreft, menen de respondenten ook dat bepaalde kwetsbare groepen bijzondere aandacht zouden moeten krijgen: personen die aan een zeldzame ziekte lijden, kinderen die onder de armoedegrens leven, minderjarigen, zwangere vrouwen of alleenstaande vrouwen met kinderen, en daklozen.

Enquêtes die de voorkeuren van de burgers in kaart brengen

De laatste jaren probeerden diverse enquêtes te peilen naar de voorkeuren van de burgers inzake gezondheidsbeleid.

Lees ook