Wat is de impact van COVID-19 geweest op de arbeidsongeschiktheid? Welke vooruitgang is nodig om beter te kunnen anticiperen op een volgende economische en gezondheidscrisis? Vaststellingen en trends.

Enkele bevindingen tijdens de coronacrisis

Tijdens de crisis is de arbeidsongeschiktheid hoogstens met 10 % gestegen. Het risico bestaat dat we op langere termijn geconfronteerd zullen worden met diverse neveneffecten van de COVID-19-crisis op de arbeidsongeschiktheid. Al in mei werden talrijke teleconsultaties opgezet, volgens het kader uitgestippeld door het RIZIV (daling vanaf juni). De teleconsultaties door huisartsen maakten dat het RIZIV de voorkeur ging geven aan het gebruik van een vereenvoudigd getuigschrift van arbeidsongeschiktheid dat elektronisch naar het ziekenfonds van de patiënt wordt gestuurd.

De medische kabinetten van de ziekenfondsen moesten hun consultaties reorganiseren en hebben in eerste instantie hun volledige opvolging verzekerd via teleconsultatie. Deze teleconsultaties werden vervolgens voortgezet voor verzekerden of zorgverleners die risicopatiënten zijn. Meerdere redenen hebben geleid tot uitstel van controles, zoals wanneer een teleconsultatie met de verzekerde onmogelijk was of wanneer het aantal plaatsen in de wachtkamer beperkt moest worden, om overbevolking te vermijden.

Denken aan de gevolgen en effecten op lange termijn

De effecten van het coronavirus op de arbeidsongeschiktheid, op middellange en lange termijn, zijn nog grotendeels onbekend en dit geldt zowel voor de primaire effecten (bv. letsels en nawerkingen die tot arbeidsongeschiktheid zouden kunnen leiden) als voor de secundaire effecten (bv. uitstel van zorg, psychosociale problemen, enz.). Er moet dus dringend geanticipeerd worden op deze effecten op korte, middellange en lange termijn door zowel de grondslagen als de financiering van het stelsel van de arbeidsongeschiktheid te consolideren en door flexibel te blijven in de context van een epidemie met nog erg vage contouren. De aanbevelingen, uitgevaardigd door de OESO, kunnen als leidraad dienen.

De invoering van een vereenvoudigd getuigschrift van arbeidsongeschiktheid, dat na een teleconsultatie elektronisch wordt verzonden, toont aan dat het mogelijk is om het elektronisch getuigschrift van arbeidsongeschiktheid te veralgemenen. Dit geldt ook voor bepaalde formulieren die door de verzekerde zelf worden ingevuld (bv.: 225).

Een andere vordering in de wereld van de digitale gezondheid is dat de tele- en video-raadplegingen door adviserend artsen een belangrijke plaats veroverd hebben (in sommige gevallen met prima resultaten). Er is dus een kader nodig waarin de gevallen worden gedefinieerd waarvoor teleconsultaties het meest relevant zouden kunnen zijn. Dit punt staat trouwens op de agenda van de besprekingen van de Hoge Commissie van de Geneeskundige Raad voor Invaliditeit. Bovendien zou het, om de opgelopen achterstand bij de opvolging van de adviserend artsen te verkleinen, passend zijn om profielen te identificeren waarvoor de opvolging door de adviserend arts kan worden versoepeld.

Aanpassing van de regels voor zelfstandigen en arbeiders

Tijdens de uitbraak van COVID-19 werd de regelgeving voor zelfstandigen versoepeld. De aanvangsdatum van de periode van arbeidsongeschiktheid, zoals geattesteerd op het getuigschrift van arbeidsongeschiktheid door de zorgverlener, kon gebruikt worden als aanvangsdatum voor de erkenning van de periode van arbeidsongeschiktheid. Deze maatregel moet gehandhaafd worden, om het beheer en de uitleg aan de betrokken personen te vergemakkelijken. Op het moment waarop wij dit schrijven, buigt de Kamer zich over een wetsvoorstel dat inhoudt dat in het stelsel van de zelfstandigen rekening zou worden gehouden met de eerste dag van effectieve beëindiging van de arbeidsongeschiktheid. 

Een ander hulpmiddel voor zelfstandigen was de beslissing van de federale regering om aan zelfstandigen die tijdens de COVID-19-crisis geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn geworden, een aanvulling op hun uitkering toe te staan, zodat zij het bedrag van het overbruggingsrecht bereiken. Op het moment waarop wij dit schrijven, zit de tekst die deze maatregel kracht van wet moet geven, nog in de wetgevende mallemolen.

Tot slot moet nog worden opgemerkt dat arbeiders benadeeld kunnen zijn ten opzichte van bedienden, als gevolg van hun relatief korte periode van gewaarborgd loon (14 dagen) die hen minder tijd laat om de administratieve stappen te ondernemen die nodig zijn voor hun overgang naar een betaling door het ziekenfonds. Dankzij een harmonisatie van de statuten zou de gelijkwaardigheid van rechten en voorwaarden tussen arbeiders en bedienden gewaarborgd kunnen worden.