Het taboe over de herfederalisering van bepaalde bevoegdheden brokkelt (eindelijk!) af, ook in het domein van de gezondheidszorg. Op de vooravond van de invoering van de zesde staatshervorming, die aanzienlijke bevoegdheidsoverdrachten naar de deelstaten inhoudt, wijst alles er namelijk op dat de versnippering van de gezondheidszorg eraan zit te komen: te veel actoren hebben een vinger in de pap, het overleg sleept aan en levert geen resultaten op, visies en/of belangen lopen uiteen. Met op de koop toe politiek gekissebis tussen de beleidsniveaus, waar de asymmetrische coalities onvermijdelijk nog een schepje bovenop doen.

Ondanks de duidelijk negatieve gevolgen van die institutionele versnippering blijven de aanhangers van de defederalisering geloven in de belofte van een betere (geregionaliseerde) wereld. Net als de heilige Thomas geloof ik alleen wat ik zie. Daarom weeg ik de virtuele beloften graag even af tegen de reële problemen.

Eerste vaststelling: de regionalisering van de bevoegdheden berust hoegenaamd niet op een visie over de gezondheidszorg.  U mag het Vlinderakkoord er in het lang en in het breed op nalezen, u zal geen spoor vinden van enige doelstelling aangaande onze sector. Logisch, er moest een trofee gevonden worden (de gezondheidzorg) en een bedrag (minstens 4 miljard), het zij zo. Er was wel degelijk sprake van ‘homogene bevoegdheidspakketten’, een retoriek die al te graag wordt herhaald in alle debatten over de verdeling van bevoegdheden. De realiteit is totaal anders, en de zesde staatshervorming is er het perfecte tegenvoorbeeld van door bepaalde bevoegdheden over te dragen in belangrijke domeinen zoals het ziekenhuisbeleid, de geestelijke gezondheidszorg, de organisatie van de eerste lijn, revalidatie. Bepaalde bevoegdheden… dat betekent dat de federale overheid en de deelstaten al die domeinen voortaan gezamenlijk beheren. Met uiteraard het risico op een spelletje pingpong tussen de beleidsniveaus en op mazen in het net van de gezondheidszorg.

Enkele bedenkingen:

  • Wat met het beleid van de deelstaten rond de residentiële zorg voor ouderen, terwijl senioren thuis of in het ziekenhuis volledig onder federale bevoegdheid vallen?
  • Blijft een akkoord voor welbepaalde zorg in één deelstaat geldig als ik naar een andere deelstaat verhuis?
  • Bepaalde revalidatiecentra – waarvan meerdere voor kinderen – bevinden zich in één enkele deelstaat, maar waren gefinancierd door het RIZIV en toegankelijk voor iedereen. Wat als die geregionaliseerd worden?
  • Hoe zit het met de federale rechten rond de maximumfactuur en chronisch zieken? Wordt er rekening gehouden met regionale uitgaven?
  • Welk belang hebben de deelstaten erbij om te investeren in preventie als de opbrengst ervan naar de federale overheid vloeit?

Dit zijn maar enkele voorbeelden die aantonen dat politieke berekeningen de overhand krijgen op het belang van de burger en dat een coöperatief federalisme moeilijk leefbaar is in een systeem zonder enige hiërarchie tussen de beleidsniveaus. Want heeft elk schip geen kapitein nodig?

Xavier Brenez,
Algemeen directeur van de Landsbond van Onafhankelijke Ziekenfondsen