Bijna kwart van de artsen bepaalt zelf erelonen

Zo’n 23 % van de Belgische artsen is niet-geconventioneerd, waardoor zij zelf hun erelonen mogen bepalen. Dat percentage komt overeen met 7.827 artsen die in 2009 de tarieven die waren afgesproken met de ziekenfondsen niet volgden. Dat blijkt uit cijfers van het RIZIV!
Kanttekeningen
Bij deze cijfers zijn wel twee nuances van belang. Die 23 % niet-geconventioneerde artsen leverden namelijk maar 17 % van de medische prestaties. Geconventioneerde artsen leveren dus meer prestaties dan hun niet-geconventioneerde collega’s. Bovendien verschilt de conventiegraad van specialiteit tot specialiteit. Zo houden de huisartsen zich meer aan het akkoord artsen-ziekenfondsen dan specialisten.
Regionale verschillen
Naast verschillen per specialiteit zijn er ook regionale verschillen qua conventiegraad. Zo bepalen 30 % (34 % van de huisartsen en 31,3 % van de specialisten) van de artsen in Brussel zelf hun erelonen, tegenover 21 % in Wallonië en Vlaanderen.
Meer info!
Neem een kijkje op de site van het RIZIV!
MLOZ newsletter
